Theepot

Het begon met een appje van de buurjongen slash timmerman die aanbood te komen klussen. Ik had hem al eens gevraagd of hij een ingelijste foto kon ophangen omdat daar een klopboor voor nodig was en de onze is veranderd in een razende vechtmachine die in de hoogste versnelling schiet zodra de stekker het stopcontact raakt en die zich door geen enkel knopje laat temmen. Het was net voor ik een positieve coronatest kreeg en daarna kwamen Kerst, Oud en Nieuw en het leven tussendoor. “Theepot” verder lezen

Nieuwe bril

In een ideale wereld zou rouw lineair verlopen, langzaam maar gestaag naar beneden gaan en steeds een beetje minder pijn doen. In de maar al te reële wereld kent rouw geen vaste baan en zeker geen lineaire. Eerder is het  een ongeleid projectiel, dat opduikt bij de gekste gelegenheden en dat kan worden getriggerd door de kleinste dingen.
Deze keer is het mijn bril. Ik moet een nieuwe. “Nieuwe bril” verder lezen

Opstand

Op de dag dat de avondklok per direct werd afgeschaft en daarna toch nog even niet, voerden wij thuis zelf een aantal noodmaatregelen in. En net als de overheid konden wij op weinig bijval rekenen van degenen die het betrof.
Babykat D moest geopereerd en zoals dat gaat bij operaties moest zij een aantal uren van tevoren nuchter zijn. Zij kon daarom ook niet naar buiten, want wie weet wat zij ’s nachts allemaal wist te verorberen. We hebben de resultaten van haar slachtingen maar al te vaak gezien in de ochtend en die met afgrijzen moeten opruimen. “Opstand” verder lezen

koffie

Iemand op twitter stelde de vraag: van welk eten of drinken vind je het jammer dat je het niet lust?
Koffie, dacht ik meteen. Ik zou graag kunnen genieten van een lekker bakkie pleur.
Toegegeven, opgekruld op de bank onder een dekentje met een goed boek, liefst wat chocola onder handbereik, en een groot glas hete thee heeft ook zijn charme, maar een grote slobberbak cappuccino à la Friends is toch wel ultiem. “koffie” verder lezen

Glibberen

Het wandelen hadden we afgezegd vanwege de aangekondigde miezer, maar de kop thee kon ik natuurlijk wel komen halen. Met de auto, want net als lopen in de regen is nat worden met fietsen niet mijn hobby.
In de wijk sloeg ik te vroeg af en ineens was het alsof mijn wereld stilstond. Even wist ik niet wat er gebeurde. Het ging snel en tegelijkertijd in slow-motion.  Alle controle over de auto was weg, ik voelde me glijden en wist nog net de wagen op de weg te houden. Gladheid, B had me nog gewaarschuwd in het appje waarin ze moest lachen omdat ik het kippeneindje met de auto zou doen. “Glibberen” verder lezen

Regen

Het is nog donker als ik wakker word. Ik hoor de regen tegen de ramen tikken. Er zijn dagen dat ik dan meteen denk aan de plannen die ik had waarvoor ik naar buiten moest en die ik nu beter kan herzien. Op andere dagen maakt de regen me aan het glimlachen, omdat die buiten is en ik lekker binnen, onder mijn warme dekbed, waarin ik me nog maar eens dieper in nestel.

Vandaag maakt de regen een herinnering in mij los, zo een die al jaren in een van de laatjes van mijn hart ligt te verstoffen. “Regen” verder lezen

lopen

Bijna negen jaar geleden jogde ik vijf kilometer aan één stuk. Twee keer. Eén keer tijdens de letterenloop en één keer als training in de aanloop ernaar toe. Daarna is het me nooit meer gelukt. Niet dat ik het niet probeer. Ik begin altijd vol goede moed aan het start to run programma van Evy, maar altijd is er iets dat me weer terugwerpt in de lessen.
Ik word ziek en kan daardoor een paar weken niet lopen. Ik ben op vakantie waar het heuvelachtiger, warmer, gevaarlijker, rotsiger en vul maar in is dan prettig is om te lopen. Ik heb het te druk gehad, het regende de hele tijd, het was glad op straat.
Dan begin ik weer helemaal opnieuw bij les 1. “lopen” verder lezen

Aan zee

Eigenlijk was het niet eens echt spijbelen.
Bij de grote puber waren de weinige lessen die ze had gehalveerd in verband met vergaderingen en de kleine puber was sowieso vroeg vrij. Zelf had ik de uren die ik zou werken volgemaakt en teveel muizenissen in mijn hoofd om meer te doen.
En dus konden we doen wat we wilden, ook zomaar de auto pakken naar het strand, al voelt een doordeweekse middag aan zee bijna per definitie als spijbelen. “Aan zee” verder lezen

Stom

‘Wat stom dat het steeds regent’, zegt de puber. Het is waar. Als ik naar buiten kijk is alles grauw en koud en nat. Het is stom. Alles is stommer als het regent. Net als de nacht. In de nacht is alles stom. Alles is veel erger ’s nachts en dat is ook stom. Ik kan het weten, want ik heb vannacht de klok ieder uur zien verspringen en het tergend langzaam dag zien worden. Een regenachtige, stomme dag. Niet eens een opluchting na een moeizame nacht waarin alles tien keer erger is dan overdag. “Stom” verder lezen

Kerst

‘Ach, die Kerstdagen, daar hoef je je niet zo druk over te maken. Met Kerst laat niemand je alleen zitten. Het zijn die andere, grauwe, druilerige zondagmiddagen die ik altijd het ergst vond. Als niemand aan je denkt. ‘
Het zijn de woorden van een bevriende weduwe, die al langer ervaring heeft met de status. Ze werden uitgesproken in de zomer, na een van de wandelingen waaruit mijn hele afgelopen jaar leek te bestaan. Wandelen en klussen en huilen. En daarna weer vol goede moed wandelen. “Kerst” verder lezen