Flodderiaans

‘Je krijgt steeds meer ruimte,’ zegt de aannemer optimistisch als hij zuchtend en steunend een nieuw pak tegels naar boven sjouwt.
Hij heeft geen ongelijk, maar helemaal waar is het ook niet. Ons huis krimpt en iedere dag komt het een beetje strakker te zitten.
Bij het begin van de verbouwing, zo’n drie decennia geleden, kwam er een grote vrachtwagen voorrijden met alle benodigde spullen die in ons huis moesten worden opgeslagen. De huiskamer leek wel de showroom van een badkamerspecialist, met alle kranen, wastafels, wc-potten, badkamermeubels en dozen en dozen vol tegels. We schoven op en schikten in en zelfs daarmee konden we het bad niet kwijt. Dat kreeg een plekje in de tuin. “Flodderiaans” verder lezen

Beter

Het is een bekend gegeven: als je zwanger bent zie je overal zwangeren om je heen.
Ook als je rouwt lijkt je overal wel iets over leed of verdriet te zien.
Er waren plaatjes op linkedin en twitter. Over rouw, over verdriet, over missen. En deze week leken ze allemaal op mij van toepassing.
“Waarom vind je het zo erg als iemand zegt dat hij kan zien dat het beter met je gaat?” vroeg een vriendin. “Het gáát toch ook beter met je?”
Het leek een eenvoudige vraag maar het antwoord was te ingewikkeld om meteen te bedenken. Hij triggerde iets. Pas later, toen ik allang weer thuis was na onze wandeling wist ik het: soms. Soms gaat het beter met me. Niet altijd. Maar soms wel. “Beter” verder lezen

Feest

En ineens is het weer tijd voor feestjes. Twee jaar lang heb ik er niet over hoeven na te denken, omdat niets kon, niets mocht en niets veilig was. Maar nu iedereen weer uit zijn hol kruipt en we kennelijk collectief hebben besloten dat Corona de pot op kan, blijkt er van alles te vieren te zijn.
De uitnodigingen vliegen me om de oren; kom langs, kom borrelen, kom feesten. Het lijkt wel of ineens iedereen verjaart, een andere baan heeft of een half leven lang bij elkaar is.
Op het pleintje waar ik woon was deze tijd altijd al een drukke. Een enkel kind was jarig in januari of februari, maar vanaf half april begon het echte feestseizoen, met ieder weekend wel een reden om bij elkaar te komen. “Feest” verder lezen

Lentefair

‘Zul je zien dat het me meer kost dan het me oplevert,’ had ik van tevoren nog gezegd. Ik ken mezelf, een leuke beurs heeft aan mij een goede. Ik vind altijd stands met dingetjes die ik niet kan weerstaan. En hoeveel boeken zou ik nu helemaal verkopen op zo’n zonnige middag in mei?
Toch had ik toegezegd te komen. De beurs in kwestie heette de Lentefair en de boekhandel waar ik zou signeren was van de kleindochter van mijn oude buurvrouw. Je zou voor minder naar het verre Drenthe afreizen. “Lentefair” verder lezen

Keuzes

De Engelsen hebben er een prachtige term voor: “Pennywise, poundfoolish”.
Over kleine aankopen uren dubben en je uiterste best doen het goedkoopst uit te zijn, terwijl je bij grote uitgaven niet op een eurootje meer of minder let.
Ik heb iets dergelijks met beslissingen. Wat kan ik lang twijfelen over welk notitieboek ik moet gebruiken, of de vulpen die ik op het oog heb wel echt zijn geld waard is, en welke kleur inkt ik zal gebruiken. Een auto daarentegen kan binnen een half uur aanschaffen. Goed merk, niet te oud, ziet er goed uit. Inpakken en wegwezen. “Keuzes” verder lezen

Trots zijn

Het was een drukke week, zo’n drukke week dat ik nauwelijks aan andere dingen kon denken dan aan puur praktische. Geen tijd voor rouw, of diepe gedachten.
Er moest gewerkt worden, ook op kantoor, en ik was bijna vergeten hoe dat ook alweer moest. Mijn collega grapte de volgende dag, toen ik een appje stuurde met de vraag of ik misschien mijn oplader had laten liggen, dat het weer als vanouds was. Het achterhalen van vergeten opladers en snoeren, het regelen van een nieuwe toegangspas omdat de oude ineens geblokkeerd was. “Trots zijn” verder lezen

Boek!

Ineens was het er: mijn boek.
Nou ja, de proefdruk.
Het kwam op zo’n dag waarop mijn concentratie een snipperdag had genomen en ik alles aangreep om op te kunnen kijken van het scherm.
De tuinmannen die hun auto tamelijk prominent in de straat hadden geparkeerd en nu druk in de weer waren met spullen die ze naar een tuin sjouwden. Notabene naar die van de buren die de meeste misbaar hadden gemaakt over de auto van mijn tuinlui omdat ze graag minimaal twee meter ruimte rond hun wagen hebben bij het uitstappen.
De verrichtingen van een man die een garage kwam opmeten en de wedjes die ik met mezelf afsloot over wat de reden daarvoor was.
Het geluid van de post. “Boek!” verder lezen

Een J-tje doen

Ik sta met een paar sokken in mijn handen terwijl ik probeer te bedenken hoeveel ik er moet inpakken. Het is een taak die niet bij me past, pakken voor een weekendje weg. Mijn lief was er altijd zoveel beter in dan ik.
Niet aan denken, nu.
Niet aan denken.
Sowieso niet denken.
Deze week doorkomen vereist niet te veel nadenken. “Een J-tje doen” verder lezen

Behang

Een mensenleven geleden werd er ook geklust in dit huis. Kleine Mien kreeg een nieuwe kamer en verhuisde een verdieping naar boven. Roze moest de muur worden. Mijn lief nam die taak met plezier op zich. Op de andere muur kwam lichtblauw behang met bloemen en krullen en gezellige vlinders. We hadden de buuv en haar moeder gestrikt voor het behangen, omdat wij dat nog nooit hadden gedaan en behangen kennelijk een klus is die de nodige ervaring vereist. Een en ander zou plaatsvinden op de thuiswerkdag van mijn lief. “Behang” verder lezen

Dansen

Het rommelhok moet leeg. We weten het al sinds ik voor het eerst met de aannemer heb gesproken die de badkamer komt maken. Hij zag mogelijkheden om de kamer van de puber eindelijk van een deur te voorzien en tegelijkertijd wat groter te maken. Daarvoor moet alleen wel het rommelhok worden ontmanteld, en dus eerst leeggeruimd. Het is zo’n klus die je in je achterhoofd houdt. Zo’n “O-ja-klus” die ook nog moet. Ooit. Over een tijdje. Al snel. Nu. “Dansen” verder lezen