Nuchter

In de categorie “onderweg kom je altijd iets tegen” zien we tijdens een wandeling een man tegen een paar half-manshoge letters geleund staan. Er moet nog iets met die metalen en zo te zien behoorlijk zware letters, dat is duidelijk, maar eerst heeft hij pauze. Misschien wacht hij op zijn maten of verzamelt hij alleen maar moed om de robuuste letters verder te dragen. Hij ziet eruit alsof hij elk moment een zakje shag tevoorschijn kan halen om geroutineerd een sigaretje te draaien, met één vinger een los stukje tabak van zijn tong halend voor hij het vloeitje dichtlikt. “Nuchter” verder lezen

Versoepeling

En toen kon ik ineens niet meer vasthouden aan mijn beleid om – ondanks de toegestane versoepelingen- alleen naar markt en supermarkt te gaan. Het kwam door het weer. Er komt altijd veel door het weer, daar weten we in Nederland alles van. Blaadjes op de rails, omgevallen bomen, collectief chagrijn door weer een verregend voorjaar. “Versoepeling” verder lezen

Zo’n week

Zó geniepig is het, zo venijnig. Niet op de hoogtijdagen slaat het toe, de dagen waarop iedereen het begrijpt, waarop mensen ‘Ach ja, natuurlijk’ zeggen en ‘neem je tijd we denken aan je.’
Nee, juist in die gewone week. De week waarin het eindelijk wat warmer wordt, we weer naar buiten kunnen, we weer wat mogen. Net als het op het werk best lekker gaat en ik het idee heb dat ik niet alleen mijn volledige werkweek aankan, maar ook nog aardig zinnige dingen zeg.
Dan gaat het ineens niet meer en is iedere dag een bezoeking. Alles is een herinnering die pijn doet of een besef van nooit meer. “Zo’n week” verder lezen

Fijne maandagen

Ik heb een tijd gehad dat ik iedere vakantie een oorontsteking opliep. En nooit, echt nooit op een gelegen tijdstip (voor zover dat kan bij een oorontsteking). Nooit als we in een stad waren vol goede faciliteiten, of op een normale doordeweekse dag waarop alles open was. Nooit in de buurt van een apotheek waar je in verstaanbare taal goed advies kon krijgen.
In Italië moest ik bij gebrek aan een huisarts direct naar een ziekenhuis. Daar bezwoer de arts mij dat ik een lethal infection had. (Gelukkig bleek het vooral een kwestie van slecht Engels spreken te zijn, en bedoelde ze een kleine infectie, maar de schrik zat er goed in). In Israel kreeg ik twee dagen voor ik terug zou vliegen fikse oorpijn. En alsof die timing niet beroerd genoeg was, viel de dag op het Joods Nieuwjaar zodat het hele land plat lag. Uiteindelijk moest ik naar een ziekenhuis net buiten de stad, waar ik al voor het inchecken honderd dollar armer was.
Thuis is het al niet anders. Er zijn dingen die nooit gebeuren op een normale maandag of dinsdag. “Fijne maandagen” verder lezen

Daar gaat ze

Daar gaat ze.
Ik kijk haar na vanachter het keukenraam; mijn niet meer zo kleine puber die naar school gaat op die fiets die zo groot is dat ik er ook op kan fietsen, met die rugzak die zwaar genoeg is om een kind dat hem draagt te doen omvallen.
En ineens is daar die gedachte: daar gaat een vaderloos kind. “Daar gaat ze” verder lezen

Vijftig

En dan ben je vijftig. Vijftig!
Alsof je niet vorige week voor het eerst met je lief hebt gezoend, alsof je de buluitreiking niet nog maar net achter de rug hebt, gisteren nog de flesjes voor de mientjes stond uit te koken, de geboortekaartjes verstuurde.
Vijftig. “Vijftig” verder lezen

Koningsdag

Ooit had de (toen nog geen)puber het plan opgevat om op (toen nog) Koninginnedag op de vrijmarkt te gaan staan. Aangemoedigd door enthousiaste verhalen van de buren die om vijf uur ’s ochtends het dorp in gingen om het beste plaatsje te bemachtigen en terugkwamen met vette winsten en nieuw gesmede vriendschappen-voor-het-leven met de verkopers om hen heen, wist ze ons uiteindelijk zo ver te krijgen dat we meegingen. Bij vijf uur ’s ochtends trokken we de grens. We zouden om acht uur gaan en geen minuut eerder. “Koningsdag” verder lezen

Jubileum

Ik wist natuurlijk al dat ik niet zo goed ben in jubilea. Op ons trouwfeest, mijn eerste grote jubileum omdat we het precies tien jaar na onze eerste kus vierden, overleed mijn tante.
Na de ontreddering en het verdriet ontstond al snel de wens om het feestje nog een keer over te doen, en het liefst weer op een symbolische datum. Die was al snel geprikt: de dag dat we net zolang samen als afzonderlijk van elkaar door het leven waren gegaan. Als we achttien jaar geliefden waren, en we vanaf die datum langer bij elkaar waren dan ooit los van elkaar. Maar dat jaar stierf mijn vader en waren we helemaal niet in de stemming om wat dan ook te vieren.
Pas bij onze koperen bruiloft kwamen we weer in het kasteel waar het allemaal was begonnen. Alleen wel een half jaar later, omdat we geen zin hadden in een feestje in de winter. Echt helemaal als een jubileum voelde het dus niet. “Jubileum” verder lezen

Schok

Iedere dag huilen. Iedere dag missen.
En dan toch nog regelmatig een schokje bij het besef dat het echt is.
O ja, mijn liefste lief is echt dood. O ja, hij komt echt niet meer terug. O ja. Alsof ik het was vergeten. Alsof ik dat ooit kan. “Schok” verder lezen

Foto

‘Kijk maar niet zo bang,’ zeg ik tegen de foto van mijn lief, als ik het kaarsje dat ervoor staat aansteek. ‘Ik ga heus niet huilen.’
Niet dat ik er een gewoonte van maak tegen de foto te praten, ook al lijkt zijn gezichtsuitdrukking te veranderen naargelang de situatie. Soms zie ik een knipoog van bemoediging, soms kijkt hij bezorgd, soms trots grijnzend. Ik steek zelfs niet iedere dag het kaarsje aan, maar dat is niet zozeer omdat ik het niet fijn vind om te doen, maar vooral omdat het uitblazen ervan telkens weer als een afscheid voelt. “Foto” verder lezen