klein leed, groot leed

Om zes uur wakker gemaakt te worden is nooit mijn hobby geweest en helemaal niet met de woorden dat ze een gil hoorde van beneden en veel gestommel. Aangezien ik niet geloof in gillende inbrekers weet ik dat het met huiskat K te maken moet hebben. Met enig ongemak ga ik naar beneden. Ik zie beelden voor me van een bloedende kikker die zich met zijn enig overgebleven pootje een weg naar de vrijheid probeert te hupsen. Het is voorgekomen. “klein leed, groot leed” verder lezen

Bot

Uitgaande van het gegeven dat alles in het universum in balans is of komt, staan ons nog heel wat botte opmerkingen en vervelende mensen te wachten. Het medeleven en de belangstelling na de dood van mijn lief is overweldigend. De stroom kaarten eindeloos, evenals de hoeveelheid bloemen die iedere dag bezorgd worden, de telefoontjes, appjes en mailtjes.
Op dit moment koesteren we ons alleen maar in de warmte, maar in mijn achterhoofd klinkt een stemmetje dat het niet zo kan blijven. “Bot” verder lezen

Corona days deel drie

Bij ons in het dorp had je alleen een openlucht zwembad. Aangezien er ook verder niet heel veel te doen was, waren mijn broer, zusje en ik er iedere zomer veel in te vinden. Rond mijn verjaardag ging het bad open en vanaf dat moment fietsten we er elke vrije minuut die we hadden naar toe. “Corona days deel drie” verder lezen

coronadays deel twee

Een jongen uit kleine miens klas heeft een knuffeltrui. Zo’n trui om in te wonen, die zijn armen om je heen slaat en je in zijn lekkere omhelzing laat zwelgen.  Zo’n trui die zo zacht is dat je de hele dag over je armen of je buik wil wrijven, en die dan een glimlach op je gezicht brengt.
Hij is hem zeker twee maten te groot en van een nogal onbestemde kleur waardoor hij niet eens echt mooi is, maar iedere keer dat de jongen hem draagt denk ik: die wil ik ook!
Ik heb het natuurlijk nooit tegen hem gezegd, ik kijk wel uit, dan draagt ie hem nooit meer. Een trui wordt er niet aantrekkelijker op als een ouwe taart hem leuk vindt. “coronadays deel twee” verder lezen

Corona-days

De nummer één tip van thuiswerkers is altijd: kleed je aan. Ga gewoon douchen, doe kleren aan, blijf niet in je pyjama rondhangen. Vandaar dat ik vandaag, in mijn gedwongen thuiswerkperiode vrolijke sokken aan heb getrokken, zodat ik iedere keer dat ik naar beneden kijk in ieder geval iets heb om over te glimlachen. Want niemand heeft het over schoenen gehad. Thuiswerken doe je op sokken. “Corona-days” verder lezen

lente!

Het was nog geen rokjesdag, nog lang niet. Maar er zat iets in de lucht.
Volgens meteorologen was de lente al begonnen. En hoewel ik vasthoud aan de 21e maart als begin van dat heerlijke voorjaar, toch voelde ik, rook ik, proefde ik al iets van de belofte. “lente!” verder lezen

Geen haast

‘Hoeveel handdoeken heb jij eigenlijk nodig?’ vraag ik terwijl ik haar afdroogritueel bekijk.
‘Vier,’ zegt ze op een toon alsof ze zich niet kan voorstellen dat er een ander antwoord mogelijk is. ‘Kijk..’ Ze doet het even voor. Eén voor de benen, één voor de achterkant… Ze rost over haar haar alsof dat haar iets heeft aangedaan waarvoor het moet boeten.  “Geen haast” verder lezen

Rode draad

‘We worden Peter R. de Vriesjes,’ zegt mijn lief, als ik mopper over hoe knullig de politie in de serie die we kijken te werk gaat. Hij doelt op een opmerking van de misdaadverslaggever dat hij zich altijd kapot ergert aan hoe politiewerk wordt uitgevoerd op tv. Het moet kloppen en anders hoeft het voor hem niet. Nou ben ik geen kenner van de politiemethoden in Spanje, Noorwegen, Zweden, Mexico of vul maar in, dus hoe het er in die landen aan toegaat weet ik niet, maar voor mij moet het in ieder geval geloofwaardig zijn. En een modellenmooie inspecteur die met een nadenkend gezicht voor zich zit uit te staren en drie dagen na de moord nog aan het overleggen is of ze de hoofdverdachte vanwege de publiciteitsgevoeligheid nu wel of niet moeten ondervragen, is dat zeker niet. “Rode draad” verder lezen