Corona days deel drie

Bij ons in het dorp had je alleen een openlucht zwembad. Aangezien er ook verder niet heel veel te doen was, waren mijn broer, zusje en ik er iedere zomer veel in te vinden. Rond mijn verjaardag ging het bad open en vanaf dat moment fietsten we er elke vrije minuut die we hadden naar toe. “Corona days deel drie” verder lezen

coronadays deel twee

Een jongen uit kleine miens klas heeft een knuffeltrui. Zo’n trui om in te wonen, die zijn armen om je heen slaat en je in zijn lekkere omhelzing laat zwelgen.  Zo’n trui die zo zacht is dat je de hele dag over je armen of je buik wil wrijven, en die dan een glimlach op je gezicht brengt.
Hij is hem zeker twee maten te groot en van een nogal onbestemde kleur waardoor hij niet eens echt mooi is, maar iedere keer dat de jongen hem draagt denk ik: die wil ik ook!
Ik heb het natuurlijk nooit tegen hem gezegd, ik kijk wel uit, dan draagt ie hem nooit meer. Een trui wordt er niet aantrekkelijker op als een ouwe taart hem leuk vindt. “coronadays deel twee” verder lezen

Corona-days

De nummer één tip van thuiswerkers is altijd: kleed je aan. Ga gewoon douchen, doe kleren aan, blijf niet in je pyjama rondhangen. Vandaar dat ik vandaag, in mijn gedwongen thuiswerkperiode vrolijke sokken aan heb getrokken, zodat ik iedere keer dat ik naar beneden kijk in ieder geval iets heb om over te glimlachen. Want niemand heeft het over schoenen gehad. Thuiswerken doe je op sokken. “Corona-days” verder lezen

lente!

Het was nog geen rokjesdag, nog lang niet. Maar er zat iets in de lucht.
Volgens meteorologen was de lente al begonnen. En hoewel ik vasthoud aan de 21e maart als begin van dat heerlijke voorjaar, toch voelde ik, rook ik, proefde ik al iets van de belofte. “lente!” verder lezen

Geen haast

‘Hoeveel handdoeken heb jij eigenlijk nodig?’ vraag ik terwijl ik haar afdroogritueel bekijk.
‘Vier,’ zegt ze op een toon alsof ze zich niet kan voorstellen dat er een ander antwoord mogelijk is. ‘Kijk..’ Ze doet het even voor. Eén voor de benen, één voor de achterkant… Ze rost over haar haar alsof dat haar iets heeft aangedaan waarvoor het moet boeten.  “Geen haast” verder lezen

Rode draad

‘We worden Peter R. de Vriesjes,’ zegt mijn lief, als ik mopper over hoe knullig de politie in de serie die we kijken te werk gaat. Hij doelt op een opmerking van de misdaadverslaggever dat hij zich altijd kapot ergert aan hoe politiewerk wordt uitgevoerd op tv. Het moet kloppen en anders hoeft het voor hem niet. Nou ben ik geen kenner van de politiemethoden in Spanje, Noorwegen, Zweden, Mexico of vul maar in, dus hoe het er in die landen aan toegaat weet ik niet, maar voor mij moet het in ieder geval geloofwaardig zijn. En een modellenmooie inspecteur die met een nadenkend gezicht voor zich zit uit te staren en drie dagen na de moord nog aan het overleggen is of ze de hoofdverdachte vanwege de publiciteitsgevoeligheid nu wel of niet moeten ondervragen, is dat zeker niet. “Rode draad” verder lezen

Fantasie

‘Een slak! Mama, kijk! Een slak!’

Het jongetje bij de bushalte springt opgewonden op en neer en trekt aan de lange jas van zijn moeder. ‘Een slak! Het is een slak!’

Ik heb het gezin wel vaker gezien, de moeder die meestal in een voor mij niet verstaanbare taal met haar kinderen spreekt, een klein jochie en twee iets grotere meiden. Ze gaan altijd vroeg met de bus, ze staan er al voor het licht wordt. Waar ze precies naar toe gaan is me niet duidelijk, ze stappen niet altijd bij dezelfde halte uit. Het is in ieder geval altijd een hele onderneming, hun reis, waar een uitpuilende buggy, verschillende rugtasjes en veel jassen en sjaals en handschoenen aan te pas komen. “Fantasie” verder lezen

Honderdtwintig

Het was derde kerstdag en we gingen naar het theater. Experimenteel theater dan, in een oude drukkerij. In sommige ruimtes was het zo koud dat de uitgedeelde dekentjes geen overbodige luxe waren. Van de vijf voorstellingen bleef een in mijn hoofd rondspoken, een luisterevenement waarbij alle deelnemers kris kras in de ruimte mochten gaan zitten en een verhaal te horen kregen over mensen die al hun hele leven op één plek woonden. Een man van vierennegentig woonde nog in het huis van zijn jeugd, het huis dat stand had gehouden ook al werden om hem heen nieuwe appartementencomplexen en winkels gebouwd. Het deed me denken aan een kinderboek waaruit ik de mientjes vroeger voorlas, over een klein  huisje in een alsmaar groter wordende stad. Of aan de film UP, met de knorrige oude man die van geen wijken weet. “Honderdtwintig” verder lezen

Wakker

J is jarig, zie ik, op de kalender in de wc. Ik ben me er waarschijnlijk nog eerder van bewust dan hij. Het is zeven uur ’s ochtends op zaterdagochtend en de hele wereld ligt nog te slapen. Behalve ik. Ik ben wakker, ziekjes, moe en beneden. Het was laat gisteravond en we hadden geen zin in opruimen, dus de keuken is een puinhoop. Ik heb alle tijd om dat te verhelpen voordat er van mijn huisgenoten enig teken komt. Ik kan de financiën ook meteen wel even doen. Voor de krant is het nog te vroeg, maar mijn ogen zijn toch te waterig voor die kleine lettertjes. “Wakker” verder lezen