Het zonnetje schijnt mijn slaapkamer in als ik wakker word op de derde dag in dit appartement. Ik doe de luxaflex open en kijk naar buiten. In de grote boom die in de tuin van de buren staat zie ik een eekhoorntje dat vrolijk van tak naar tak springt en daarna in onze tuin landt.
Ik wil naar buiten. Lopen. Even mijn hoofd leegmaken. Waarom heb ik dat gisteren eigenlijk niet ook gedaan? Maar ik weet het antwoord al snel: toen werd ik wakker met het getik van regen op het dak. Nu is er geen excuus.
Ik loop op het pad waarop ik gisteren vanuit mijn raam joggers zag gaan en word al snel aangesproken door een man. Of ik een loslopende hond heb gezien. Hoe ziet ie eruit? wil ik vragen, maar door de schrik om Duits te moeten spreken kom ik niet verder dan: hoe groot is hij? Misschien ook om mezelf enigszins gerust te stellen, want tja, er loopt dus nu een hond los die zomaar eens op mij zou kunnen afspringen. Ik merk dat ik dat hardop heb gezegd en spreek mezelf dan eveneens hardop toe dat ik kennelijk de vrouw ben geworden die hardop tegen zichzelf praat.
Verder gaat het. Googlemaps is ermee opgehouden, voor een verdwaler als ik een vrij verontrustende vaststelling. Een mevrouw ziet mijn vertwijfeling, vraagt of ik naar het bos wil en geeft dan aanwijzingen. Ik moet een stukje terug en kom de eerste man weer tegen. ‘Had je ook aan mij kunnen vragen,’ zegt hij om vervolgens de vrouw te vragen wat ik wilde weten.
De man is niet de enige die de hond zoekt die volgens hem uit de tuin is ontsnapt, ook al snapt hij niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen. Zes maanden oud is ie nog maar, dus echt gehoorzamen doet hij nog niet. De vrouw die me nu aanspreekt is iets beter voorbereid. Ze laat me een foto zien van een schattig hondje en vraagt of ik hem heb gezien. Buddy heet hij. ‘Hij is nog maar een puppy,’ zegt ze erbij. Ik knik. ‘Zes maanden,’ zeg ik, een uitstekende bijdrage aan het gesprek.
Het is best ver naar het bos en ook al is de weg rechttoe rechtaan, toch maak ik foto’s bij iedere kruising. Ik app mezelf dat ik bij bord X rechtsaf ben gegaan, ook al komen de appjes niet aan, omdat mijn mobiele data kennelijk niet aan staan. Ik kan gelukkig ook de niet verstuurde berichten terug lezen. Niet dat ik verwacht daar veel aan te hebben, als ik ze nog eens bekijk ogen ze aardig cryptisch.
Ik kom joggers tegen die me vriendelijk groeten, en word bijna van de weg gereden door wielrennende mannen met een midlife crisis. Een auto stopt en doet het raampje open. Of ik een hondje heb gezien, wil de chauffeur weten, een bruine, niet al te grote die losloopt zonder eigenaar.
O, Buddy, wil ik zeggen, maar ik volsta met hem teleur te stellen dat ik de hond niet ben tegengekomen.
Als ik terugloop merk ik pas hoe erg de weg die ik ben gegaan naar beneden liep. Omhoog kost beduidend meer moeite. Goed voor de bilspieren. Ik hou de opmerking gelukkig binnen.
De hondenzoekers zijn verdwenen. Hopelijk hebben ze Buddy gevonden.
Van de eekhoorn ontbreekt ook ieder spoor.

