Op het schiereilandje in het water achter mijn huis is een koppeltje neergestreken. Ze hebben een heuse plaid bij zich om op te liggen en hopelijk ook het nodige lekkers voor een picknick. Het ziet er meer dan gezellig uit en vooral ook erg romantisch. Met een steek in mijn hart realiseer ik me dat ik nooit zo’n picknick heb gehad met mijn lief.
Het leek altijd teveel gedoe, typisch zoiets dat op papier een goed idee leek maar in werkelijkheid alleen maar kon tegenvallen.
Ik moet denken aan een picknick met kleine Mien, toen een jaar of zes. We stopten druiven en een banaan in een broodtrommeltje, samen met een kauwgombal. Die gaf een beetje af op de banaan maar dat vond ze geen probleem. Ik mocht de rugzak dragen met daarin de broodtrommel, een pakje drinken, een dekentje en de knuffel die natuurlijk mee moest. Zij fietste naast me naar het veldje van waaruit we ons huis nog net konden zien.
Ze at eerst de druiven en daarna de stukjes banaan en sloot toen het trommeltje met een tevreden zucht. We konden weer gaan, alles was op. Of we niet nog wat langer zouden blijven, vroeg ik, maar daar zag ze het nut niet van is. Gezellig gepicknickt.
De vrouw van het koppel is iets omhoog gekomen en steunt nu op haar ellebogen in een poging een prettigere houding te vinden. Het ziet er nog steeds ongemakkelijk uit maar je moet iets over hebben voor de romantiek. Diverse hondenbezitters laten hun viervoeters het kleine veldje op struinen. Ik hoop dat de mand met lekkers goed afsluitbaar is, denk ik pragmatisch.
Misschien ben ik te nuchter voor grote romantische gebaren. Of misschien alleen maar praktisch. Want hoewel het er lief en knus uitziet zie ik toch ook vooral het ongemak, het gezeul met spullen, het zoeken naar een goed plekje zonder hondenpoep.
Dan herinner ik me toch een picknick. Die keer dat mijn lief naar kantoor belde om te zeggen dat ik niet naar huis moest fietsen, maar halverwege de afslag moest nemen naar het recreatiegebied. Daar wachtte hij me op, met de mientjes, een groot kleed, genoeg lekkers om een (zij het wat alternatieve) maaltijd te vormen, de badmintonset die we nog ergens hadden liggen en zelfs het bibliotheekboek waarin ik aan het lezen was.
Het eten was onpraktisch en het kleed zat binnen no-time onder kruimels en klodders van het een of ander. Voor badmintonnen waaide het te hard en het lezen werd bemoeilijkt omdat er geen gemakkelijke houding te vinden was.
Maar het romantische zat niet in dat kleed of het buiten eten. Het zat in het spontane, het onverwachte, zijn grijns toen ik kwam aanfietsen. Hoe leuk de mientjes het vonden dat we elkaar vastpakten en in het gras dansten op muziek die alleen wij konden horen.
Ik kijk weer naar de twee op het eilandje en hun romantische date.
Ik glimlach omdat er nog steeds romantiek in de wereld is, ook al moet je die zelf maken, met het nodige onhandige gedoe op de koop toe.
En ik huil een beetje omdat ik de romantiek uit mijn eigen wereldje zo ongelooflijk mis.

