Het begon om acht uur die ochtend, met een appje waarin mijn vriendin informeerde wanneer de uitslag kwam. Meteen werd ik plaatsvervangend zenuwachtig. O ja, die uitslag. Het Grote Oordeel. Hoe waren de examens gemaakt?
De mentor van de puber zou pas vanaf kwart voor drie bellen, dus we zouden nog wel een tijdje de kriebels hebben Lees verder “Blij met een randje droef”
Feestje
Het begint ermee dat de puber zijn verjaardag wil vieren, omdat het al zo lang geleden is dat ie een feestje heeft gehad. ‘We hebben je zestiende toch nog gevierd?’ vraag ik, ‘toen heb ik de kookplaat gesloopt, weet je nog?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Dat was een jaar eerder.’ Lees verder “Feestje”
Missen
Zoveel te delen en zo weinig gehoor.
Dat ik je zo mis.
Dat het alweer de vierde Koningsdag was zonder jou, de vierde keer jarig. Dat het zonnige weer me terugwierp naar dat eerste jaar, toen het voor het eerst met een dreun tot me doordrong dat de wereld voor anderen wel gewoon doordraaide. Een echte Koningsdag werd niet gevierd, vanwege alle coronamaatregelen, maar een buurman had bedacht een feestje-op-afstand te bouwen. Op het dak van zijn carport stond hij te swingen op harde muziek, zag ik toen ik naar de oudpapierbak liep. Daarna zat ik achter het huis en hoorde ik uit allerlei tuinen vrolijke stemmen, gerinkel van glazen, het geluid van gezelligheid. En dat terwijl het in mijn eigen tuin zo akelig stil bleef. Hoe hard het besef aankwam. Lees verder “Missen”
Fiets
Nóg een nadeel van de fietsenwinkel waar ik uiteindelijk terecht kwam: dat we langs het crematorium moesten fietsen om de fiets op te halen. Natuurlijk wist ik wel wat de route was naar de winkel en ook waar die langsvoerde. Maar met de auto ergens voorbijzoeven bleek toch iets heel anders dan in een langzaam fietstempo, waarbij het fietspad bovendien dichter langs het gebouw ging dan de weg waarop ik eerder die dag in de auto had gereden. Lees verder “Fiets”
Tranen
Vorige week reed ik er nog, met de twee pubers als passagier. Toen was er niets aan de hand, gewoon een leuk uitje met zijn drieën. Gewoon H, de stad waar ik zo vaak kom. Gewoon een dag als alle andere. Lees verder “Tranen”
Had willen
Het was koud en donker, terwijl ik naar de artiesteningang van de stadsschouwburg in H liep. Onderweg had ik me al een paar keer afgevraagd hoe ik hier ook alweer was terechtgekomen en wat ik hier in vredesnaam kwam doen. Ik had iets gezien op social media, een oproep om mee te doen aan een opera over Don Quichot. Er was een aanmeldformulier en voor ik het wist had ik het ingevuld, verstuurd en kreeg ik een enthousiast mailtje terug: wat leuk dat je meedoet! Lees verder “Had willen”
Hoop
Op de valreep van 2022 ben ik op een feestje. P is jarig en hij viert het na jaren eindelijk weer eens. Tussen neus en lippen door vertel ik P dat ik in het nieuwe jaar een echte start ga maken met ons gezamenlijke verhaalproject.
‘Maar eerst zit ik nog met twee personen in een brandende schuur.’ Lees verder “Hoop”
Vergeten
In het begin van deze eeuw werkte ik samen met collega K, die er een sport van maakte om afspraken op lange tot zeer lange termijn te plannen. ‘Laten we over tien jaar met zijn allen afspreken,’ riep hij dan. ‘Om zeven uur bij dit hotel. Dat staat er vast nog wel over tien jaar.’
Jarenlang had ik in mijn agenda verschillende aantekeningen staan met plaatsen, tijden en mensen die bij de afspraak aanwezig zouden zijn. Ik schreef ze ieder jaar braaf over in de nieuwe agenda, altijd met het idee in het achterhoofd dat het nog héél lang zou duren voordat ik er echt iets mee moest. Maar vergeten mocht ik ze natuurlijk niet. Lees verder “Vergeten”
Kwast
‘Uit wat voor elfendorp kóm jij eigenlijk?’ verzucht de puber.
We staan voor het raam en kijken naar het laagje ijs op het watertje achter ons huis. De boom in een van de aangrenzende tuinen heeft net vannacht gekozen om al zijn blaadjes los te laten, zodat het ijs daar al gecorrumpeerd is, mocht het er dit jaar van komen dat we met de hele buurt bij ons achter gaan schaatsen. De puber vertelt dat hij op de radio heeft gehoord over een dorp waar al op natuurijs kan worden geschaatst. Ik knik. Een stuk ondergelopen grasland.
‘Wij hadden vroeger een ijsbaan in het bos.’ Lees verder “Kwast”
Anders
En weer gaat er iets weg. Weer verdwijnt er iets uit ons huis. Weer verandert er iets.
Ik heb vandaag eindelijk de tijd en de moed gevonden om de dozen die al weken in de weg staan in de auto te zetten en naar de kringloop te brengen. Mijn hart is zwaarder dan het klusje rechtvaardigt. Lees verder “Anders”
