O ja, zo was het. O ja, ik weet het nog. Onedrive schotelt me een filmpje voor van zes jaar geleden. Het was aan het begin van de eerste lockdown ooit. Die rare verwarrende tijd. Een paar dagen eerder had ik nog staan huilen in de supermarkt omdat de schappen half leeg waren gehamsterd. Het einde van de wereld leek nabij. En daarna al die vreselijke persconferenties. Hoe de wereld werd lamgelegd. Hoe we allemaal in ons eigen kleine wereldje schuilden en hoopten dat het ooit, ooit weer normaal zou worden.
Hoe eng het was en hoe weinig we wisten. Hoe onduidelijk het was waar je objectieve en betrouwbare informatie kon vinden.
Het filmpje is van de (toen nog lang geen) twintiger, die buiten in de voortuin “Ode an die Freude” speelt op zijn saxofoon.
‘O ja, dat was heel stom!’ zegt hij, als ik hem het filmpje toestuur. Ik zeg maar niet dat ik nog net zo ontroerd ben als toen ik het filmde, en dat bij het terugzien weer de tranen in mijn ogen stonden. Ik weet niet eens van wie het initiatief kwam, maar het was de bedoeling dat (amateur- en professionele) musici in heel het land op hetzelfde tijdstip dit lied zouden spelen. In onze straat was de twintiger de enige, en ook al klonk het misschien ielig, het idee dat overal in het land ditzelfde lied werd gespeeld gaf me het hoopvolle gevoel dat we deze crisis heel misschien wel te boven zouden komen.
Onedrive trakteert me op meer herinneringen. Verschillende selfies van mezelf met een theeglas, omdat ik me had voorgenomen om op afstand met heel veel anderen om drie uur ’s middags een kopje thee te drinken. Ik had het in alle appgroepen waar ik in zat gecommuniceerd en hoopte stiekem op rijen foto’s iedere dag. Ook toen al was ik een influencerT van niks, want veel respons kreeg ik niet. Maar het voelde als iets dat ik moest doen, om deel uit te maken van een groter geheel, om een sprankje positiviteit vast te houden in een wereld die inktzwart was geworden.
En toen wisten we nog niet eens dat het allemaal nog veel erger zou worden. Dat er iets zou gebeuren waardoor de wereld nooit meer normaal zou worden voor ons.
Zes jaar later hou ik onbewust mijn adem in voor wat ik deze week allemaal nog te zien zal krijgen aan foto’s van deze dag door de jaren heen. Al die laatste keren uit dat jaar. De onschuld, het geloof dat we er samen doorheen zouden komen. Wat hadden we het mis.
Nog maar een paar dagen, hou ik mezelf voor. Nog even doorbijten. Dan is het weer business as usual. Nou ja, dan komt Pasen, net als toen de eerste feestdag na de dood van mijn lief, en de verjaardagen komen er nog aan. Allemaal pijnlijke data. Maar dat zijn speldenprikjes vergeleken bij DE datum, die dreigend en onontkoombaar naderbij sluipt.
Ik kijk het filmpje nog eens af en merk dat de tranen me over de wangen rollen. En even weet ik niet of dat komt door de herinnering aan hoe verschrikkelijk ik die lockdown vond, of door de wetenschap hoe mild die eigenlijk was in vergelijking met wat ons nog te wachten stond.

