post

In het studentenhuis waar ik woonde werd alle post in één brievenbus gedumpt. We hadden wel allemaal een eigen busje, maar de meeste postbodes waren lui, in tegenstelling tot de folderjongens en –meisjes die alleen al bij ons huis veertien pakketjes kwijt konden. Het gaf mij, vond ik, als brievenbusleger, het recht om te kijken wat iedereen zoal aan post kreeg en om ansichtkaarten zonder envelop schaamteloos te lezen. Toen al hield ik van post. Van rekeningen werd (en word) ik niet bij, maar zelfs die zijn beter dan geen post. Alles is beter dan geen post.   “post” verder lezen

Dorpsgek

‘Wow!’ zegt een meisje als ze een winkel uitkomt en op mij stuit, in een roze wolk van boa’s en met satijnen handschoenen tot aan mijn ellebogen. ‘I love the Toppers,’ leest ze het bordje dat ik in mijn hand heb hardop. “Dorpsgek” verder lezen

What’s appje

‘Ik sta al tien minuten naar je kantoor te kijken,’ app ik aan mijn lief. Ik heb vertraging, betekent dat, mijn trein staat stil op een station zonder dat iemand vertelt waarom of hoe lang het nog gaat duren. Ik hoop maar dat ik op tijd ben voor mijn cursus. En dat terwijl ik me zo gehaast heb om de trein te halen. “What’s appje” verder lezen

Eng

Dat is de vloek van het brein van een thrillerschrijver. Een donkere weg is nooit alleen maar een donkere weg en in ieder diep donker bos ligt van alles op de loer. Een schrijver van spannende verhalen had ook beter moeten weten dan een waargebeurd verhaal in de krant te lezen over moord en verkrachting. Helemaal op de ochtend nadat ze drie spannende en bij wijlen enge detectives heeft gezien, op een levensgroot bioscoopscherm, waarop iedere porie van de slachtoffers en dus ook elke bloedspetter larger dan life aan het publiek werd voorgeschoteld. En al helemaal als ze die avond nog in het donker terug moet fietsen naar huis. “Eng” verder lezen

Trap

De trap moest geschilderd worden. Dat vond mijn lief. Ik vond dat ook, maar op de lijst van Dingen Die In Huis Moeten Gebeuren (met hoofdletters voor het gewicht ervan) stond deze klus niet bepaald bovenaan. Toen mijn lief aankondigde dat hij de vrije dagen in de meivakantie zou gebruiken om te klussen had ik dan ook niet verwacht om thuis te komen in een stank die mij de adem benam van een afbijtmiddel waartegen geen lijmrest bestand was. Na ettelijke dagen bikken, schuren, vullen en meer schuren kon ik dan aan de slag met de grondverf. Ik hou van schilderen. Ik ben er niet goed in, maar ik doe uitstekend alsof en daar word ik erg vrolijk van. Natuurlijk zat ik binnen een paar minuten onder de grijsblauwe vlekken. Ik keek er niet van op. Gelukkig hebben we terpentine in huis, de vriend van iedere schilder. De geur brengt me altijd meteen terug naar de eerste zomer met mijn lief, toen we samen het jeugdhonk van de kerk schilderden en ook daar word ik vrolijk van. “Trap” verder lezen

Haperen

Mijn eerste boek kwam uit in 2009. Tijdens de voorbereidingen voor de boekpresentatie drong het ineens in volle omvang tot mij door dat mijn vader er niet bij zou zijn, dat juist hij, die altijd geïnteresseerd was in mijn schrijven, niet meemaakte hoe ik mijn kinderdroom waarmaakte. Ik kon niet anders dan er iets over zeggen in mijn speech, hoe bang ik ook was dat ik niet uit mijn woorden zou kunnen komen. Ook zonder deze potentiële tranenbom was spreken voor een groep al spannend genoeg. “Haperen” verder lezen

Afkort.

Bij de bushalte kom ik een bekende tegen. We raken aan de praat en ze vertelt dat ze een nieuwe baan heeft. We zijn het met elkaar eens dat het wennen aan een nieuw jargon misschien wel één van de lastigste dingen is aan van werkkring veranderen. “Afkort.” verder lezen

Moederdag

Op 13 mei 2007 overleed mijn vader. Het was Moederdag, de eerste Moederdag met kleine Mien erbij. Drie dagen later, op de verjaardag van mijn lief, stond ik kleding te passen voor de begrafenis. Op de vraag van de verkoopster voor welke gelegenheid het was, barstte ik in huilen uit. “Moederdag” verder lezen

Flessen

‘Jij gaat verliezen! Jij gaat verliezen!’ scanderen de jongste kinderen van het plein als de tieners zich met het spel gaan bemoeien. Het is er het weer voor: het spel met plastic flessen vol water die met een bal moeten worden omgegooid. Zoals bij ieder spel duurt het gesteggel over het vaststellen van de regels langer dan het spelen zelf. De tieners trekken zich niks aan van het gezang van de kleintjes en doen hun best de flessen van de andere deelnemers om te tikken. “Flessen” verder lezen