Avontuur

Vroeger, ja toen was er nog ruimte voor avontuur. Toen was op vakantie gaan een hele onderneming, met achter iedere bocht een onbekende wereld. Wie kent niet de verhalen over (meestal) de moeder, die met een grote onhandige wegenkaart op schoot probeerde te achterhalen hoe er moest worden gereden? En hoe ze dan op de meest bijzondere plekken terechtkwamen door één foute beslissing.

Bij ons thuis maakten we geen grootse en meeslepende reizen. We gingen kamperen op een camping die minder dan twintig kilometer van ons huis was. Maar als we een dagje weggingen met een bevriend gezin kwam wel degelijk de wegenkaart tevoorschijn. Die werd dan op de motorkap van een van de auto’s uitgespreid, waarna mijn vader en zijn vriend uitgebreid gingen discussiëren wat nu de beste manier van rijden was. Mijn moeder en de vriendin waren ondertussen bezig het hele spul van koffie, thee, koude pannenkoeken en soms zelfs soep te voorzien. (die soep zat ooit in zo’n kan waaruit je zelf koffie kon tappen, waardoor alle vermicelli en gehaktballetjes onderin bleven omdat ze niet door het tuutje konden, maar dat is een verhaal op zich)

Ook toen wij naar het (voor mijn ouders) verre H verhuisden was de weg ernaar toe een gespreksonderwerp dat met stip op één stond als mijn ouders op bezoek kwamen. Welke weg ze hadden genomen, dat ze bij knooppunt Holsloot weer eens bezig waren met de weg en of ze misschien beter via de oude weg naar Zwolle hadden kunnen gaan.

Met de navigatiemevrouw in de auto is het een stuk gemakkelijker geworden, maar daarmee ook een stuk minder avontuurlijk. Want echte avonturen beleef je niet op de snelweg, maar net daar buiten. En hoewel ik dan een enorme schijtlijster ben en het reislustige gen mij ten enenmale ontbreekt, kan ik voor avontuur wel warm lopen. Mits het niet te hachelijk wordt natuurlijk, en alles binnen redelijke grenzen.

Ik herinner me een keer dat we een lekke band kregen. Met de nog kleine mientjes kwamen we in een eenmansgarage terecht in the middle of nowhere, waar de eigenaar naar een naburig dorp moest voor een band in onze maat. Kleine mien, die nog een baby was, moest gevoed worden en zo zat ik met een baby op schoot, een in de huismagnetron opgewarmd flesje op een grote trekkerband. De (toen nog lang geen) puber scharrelde ondertussen vrolijk rond tussen gereedschappen en banden op een van smeer vergeven vloer. Het had de sfeer van een vreemde Franse film, over een spookdorp met drie huizen en een garage, die ondanks de afgelegen ligging nooit gebrek aan nering had, waardoor je je ging afvragen of de garagehouder misschien het lot af en toe een beetje hielp om maar aan klandizie te komen. (Misschien was dat alleen het zieke brein van een thrillerschrijver die dat dacht, bedacht ik later)

Deze keer is het de navigatiedame die voor het avontuur zorgt. Ze voorziet een file en schat goed in dat we daar niet echt op zitten te wachten. Of we een alternatieve route willen. De puber heeft al op “ja” gedrukt voor ik met mijn ogen kan knipperen.

De route kent onverharde wegen, waarschuwt ze nog, al kan ik me daar niets bij voorstellen, op deze trip die bepaald niet door de bush bush voert.
En inderdaad, even later worden we door elkaar geschud op een weg vol kinderkopjes in een ons onbekende stad.
‘Billenmassage!’ klinkt het van de achterbank en de weg waar we op rijden heet nog Billstrasse ook, dus dat komt goed uit. Alleen… waar zijn we eigenlijk en komt het echt wel goed? We zien het aantal nog te rijden kilometers oplopen en slaan op aandringen van de navigatiedame het ene na het andere achterafweggetje in. De automobilist achter ons zie ik fronsen van verbazing om die Nederlandse auto in dit afgelegen deel van de stad.

‘We ontwijken wel echt de file!’ meldt de puber die googlemaps erop na heeft geslagen om te zien of we wel goed gaan. Dat lucht op. Want avontuur is prima, maar wel binnen redelijke grenzen en alleen als je zeker weet dat je echt heus op de goede weg bent.

 

Eén antwoord op “Avontuur”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.