Behang

Een mensenleven geleden werd er ook geklust in dit huis. Kleine Mien kreeg een nieuwe kamer en verhuisde een verdieping naar boven. Roze moest de muur worden. Mijn lief nam die taak met plezier op zich. Op de andere muur kwam lichtblauw behang met bloemen en krullen en gezellige vlinders. We hadden de buuv en haar moeder gestrikt voor het behangen, omdat wij dat nog nooit hadden gedaan en behangen kennelijk een klus is die de nodige ervaring vereist. Een en ander zou plaatsvinden op de thuiswerkdag van mijn lief.

‘Hou jij de supervisie?’ vroeg ik grappend en we bespraken voor de lol hoeveel pauzes we onze werknemers zouden toestaan en of ze erg veel lekkers gevoerd moesten krijgen.
Toen ik ’s middags thuis kwam uit mijn werk was het af. Ze hadden hard gewerkt en het behang zat er superstrak in. Vol trots troonde mijn lief me mee naar boven.

‘Het hangt op zijn kop,’ constateerde ik meteen.
Mijn lief keek me aan alsof hij niet wist of hij nou moest lachen om mijn meesterlijke grap, moest schrikken om wat ik zei of me gewoon een por moest geven omdat ik niet zo raar moest doen.
‘Echt,’ hield ik vol. ‘Kijk dan!’

Het zat hem niet in de bloemen, die waren zo abstract vormgegeven dat ze er van beide kanten goed uit zagen. Ook de krullen waren ondersteboven even mooi. Maar de vlinders doken onmiskenbaar naar beneden. Mogelijk heb ik het woord “suïcidaal” gebruikt. Misschien was ik mild genoeg om het niet zo te noemen, ook al leek het er wel op. Depressieve vlinders die zich massaal ter aarde stortten.
Ik beloofde het een avond aan te kijken.
We wisten allebei dat we het niet meer konden “on-zien”, en de volgende dag ging alles er weer af en moesten we de buuv en haar moeder nog een keer vragen ons te helpen.

Daar moet ik aan denken als ik met een plamuurmes het behang te lijf ga. De grote puber staat aan de ene kant van mij, de kleine aan de andere. We worden allemaal kletsnat van de spons die we gebruiken om het behang te bevochtigen. We waren niet eens van plan om het serieus aan te pakken en dragen dus onze gewone kleren. Maar van het een komt het ander en dan zijn we al zo ver dat we de hele muur willen afmaken. Ook al worden onze niet-klus-kleren vies, doen onze schouders zeer, en voelen onze armen als lood. We proberen niet te kijken naar de langere muur die we daarna nog moeten doen, niet moedeloos te worden van alles wat nog moet gebeuren.

Het voelt vreemd en tegelijkertijd vertrouwd. Ik hou niet van klussen, kan er ook niet zoveel van. En toch heb ik veel herinneringen aan mijn lief en mij samen op ladders, in lege kamers waar het galmde als we meezongen met de radio, in kleren vol verfvlekken. Onze lovestory begon met het schilderen van de bouwkeet die ter beschikking was gesteld aan het jongerenwerk. We praatten, maakten grappen, vertelden elkaar wie we waren, en waar we van droomden.

Ook nu gaat het praten als vanzelf en kom ik meer te weten van de pubers dan in gesprekken waar je echt voor gaat zitten.
Het is dubbel, zoals zoveel de laatste twee jaren. Het fijne gevoel van verwachting over hoe mooi het zal worden heeft een pijnlijke tegenhanger in het besef dat iedere verandering ons verder weg voert van hoe het ooit was. Met mijn lief. Met mijn lieve intacte gezin.
Bijna slaat de stemming om en overheerst het droef.

Dan lukt het de kleine puber om een stuk behang van bijna een meter in één keer van de muur te trekken. ‘Oo,’ zegt ze met een gelukzalig gezicht. ‘Dit is zoooooo satisfying!’
We zijn een paar volle seconden stil voor we in lachen uitbarsten. Mijn plamuurmes wrikt zich onder een vlindertje dat vrolijk naar de hemel vliegt en ik kijk omhoog en knipoog naar mijn lief daarboven.

 

 

Eén antwoord op “Behang”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.