Chocoladedagen

En ineens was het er weer: het rauwe, het scherpe, de pijn waartegen geen middel helpt. Misschien, dacht ik, komt het door het katterige jetlag-gevoel dat ik altijd heb als de klok wordt verzet. Misschien is het hoe snel het donker is, en hoe lang het nog duurt voor ik weer kan aftellen naar het licht. Maar het is zwaarder en moeilijker en er lijkt geen licht om naar uit te kijken.

‘Soms,’ zei de kleine puber een tijdje geleden, ‘heb ik ineens heel veel zin in chocola.’ Zulke dagen waren het precies, chocoladedagen.
Ik dacht aan de brownies die vorig jaar soms zomaar over de post kwamen van mensen die wilden laten weten dat ze aan ons dachten. Hoe we die verslonden, alsof ze ons konden genezen. Ik wist dat het helende meer zat in de liefde die erachter zat dan in het lekkers zelf, maar toch overwoog ik een reep te kopen, die ik voor de pubers zou achterhouden, zodat ik er elke keer als ik het nodig had een hapje van kon nemen. Ik dacht aan hoe snel die op zou zijn.

Chocoladedagen.
We hadden ze alle drie en dat was geen beste timing.
Het was alles, deze week. Het was met de trein langs het kantoor van mijn lief rijden en niet het kleine sprongetje van mijn hart voelen om op een doordeweekse dag ineens even vlak bij hem te zijn. Het was de komende operatie en hoe die precies zal plaatsvinden in dat ene ziekenhuis. Het waren collega’s die alleen maar leuke dingen te melden hadden en met wie ik zo graag zou ruilen. Het waren in te halen toetsen, leerstof die maar niet bleef hangen. Er waren huilbuien en vage klachten. Er was buikpijn.  Er waren ziekmeldingen op school en niets, niets leek ergens toe te leiden.

In het verrassingspakket dat we laatst kregen van vrienden die wij op grond van hun initialen altijd grappend als de Anonieme Alcoholisten plachten aan te  duiden zat naast de bijzondere oploskoffie voor de pubers ook chocopoeder voor mij. Ik vouwde mijn handen om de kop met de warme drank die ik maakte. Het verzachtte. De chocola en de vriendschap. Niet genoeg, maar wel een beetje.

Er belde iemand met een zakelijke vraag. Aan het eind van het telefoontje vroeg hij hoe het met me gaat. Ik liet een korte stilte vallen. De man aan de telefoon staat ver genoeg buiten mijn sociale kring om hem met een standaardantwoord af te schepen. “O, goed hoor. Zijn gangetje”.
Maar op deze chocoladedag voelde zelfs dat niet oké. Het was een leugen die drukte op het gemoed dat toch al zwaar genoeg was.

‘Het gaat op en neer,’ zei ik tenslotte, na enig nadenken. Ik hoorde zelf de hoop die eruit sprak en probeerde me vast te klampen aan de waarheid die ik misschien onbewust heb verkondigd. Chocoladedagen duren niet eeuwig.

Maar helemaal overtuigd ben ik nog niet.

2 antwoorden op “Chocoladedagen”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *