Hesje

Als we even neerstrijken op een trap die in de stenen is uitgehouwen merken we dat we niet de enigen zijn. Het is warm in het safaripark. Warm ook op deze trap, met alleen een klein strookje schaduw vlak tegen de rotsmuur. Toch komen er steeds meer mensen hier zitten. ‘Voor de zeeleeuwenshow, denk ik. Die om drie uur begint.’
Mijn lief kijkt bedenkelijk op zijn mobiel. Dat is pas over drie kwartier. Toch besluiten we te wachten. In dat kleine streepje schaduw. We smeren ons in met zonnebrandcrème,  delen het stukje stokbrood en de fles water die we bij ons hebben en wachten. Terwijl ik met logisch nadenken aan de hand van de schaduw probeer uit te vogelen welke kant de zon opdraait en of ons strookje schaduw dus zal toe- of afnemen, bekijk ik de mensen om ons heen.

Dat worden er steeds meer en er is dus steeds meer te zien. Het gonst van de hoge Franse stemmen om ons heen en dat wordt alleen maar luider als er een schoolklas kleuters bij komt. Ze gedragen zich als een geoliede machine, en lopen keurig in het gelid, met hun magere beentjes amper onder de oranje veiligheidsvestjes uit waarin ze verzuipen. Allemaal hebben ze een rugzak met daarin zonnebrandcrème en ogenschijnlijk zonder dat de leidster het zegt beginnen ze simultaan te smeren op de weinige lichaamsdelen die niet door het oranje geval worden bedekt. Daarna zitten ze weer stil en wachten braaf op wat er komen gaat.
Aan de andere kant zitten twee begeleiders met een groepje verstandelijk beperkte kinderen. De één spuit met een vernevelaar wat water in het gezicht van een meisje. Haar lichaam schokt alsof ze een emmer water over zich heen heeft gekregen. Een man met een T-shirt waarop “Soul fixer” staat kijkt onzeker om zich heen, alsof hij op zoek is naar souls om te fixen.

Het duurt nog lang, maar er is gelukkig genoeg te zien. De vrouw schuin achter ons, met genoeg kleren aan om de hongerwinter te overleven, het gezin met de petjes in één maat die niet iedereen even goed passen.
De leidster van de kleuterklas staat op. In haar hand heeft ze een grote fles water. Efficiënt grist ze het petje van het hoofd van een kind, giet er een plens water in en zet het terug op het hoofd van de kleuter. Ze vraagt niks, zegt niks, handelt alleen maar. De jongen aan het eind van de rij ziet het met lede ogen aan. Net voor ze bij hem is aangekomen zet hij zijn pet af en verstopt hem achter zijn rug. De leidster verblikt of verbloost niet. Nog steeds zonder iets te zeggen pakt ze het petje van hem af, giet het vol en voor het jochie doorheeft wat er gebeurt loopt er een straaltje water over zijn gezicht naar beneden.
Ze draagt een geel hesje, daar zal het wel door komen. Met gele hesjes valt niet te spotten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *