Jamaar

Waarom iemand van de schoolleiding van de middelbare het een goed idee vond om de leerlingen te leren debatteren is me nog steeds een raadsel. Zelfs toen ze nog pre-pubers waren hadden die van mij altijd wel een weerwoord klaar. Na de ellendige ‘waarom?’-fase (om over ik-ben-twee-en-ik-zeg-nee, ik-ben-drie-en-ik-wil-nie en ga zomaar door nog maar te zwijgen) kwam het bijna net zo effectieve ‘jamaar’(uitgesproken als één alleszeggend woord).
Jamaar, Pietje puk mag wel! Jamaar vorige keer zei je… jamaar als we nou…

‘Jamaar is nee,’ gaf ik een keer als antwoord. Ik had het ongetwijfeld ergens gelezen want dit soort pareltjes rollen niet zomaar uit mijn mond. Jamaar is nee. Als je begint met jamaar sta je in de Nee-stand en is er sowieso geen land met je te bezeilen. Het hielp een tijdje, vooral in combinatie met een teleurgesteld, enigszins afgewend gezicht en een opgestoken hand om de verdere woordenstroom tegen te houden.

Maar deze week was het mijn eigen stemmetje dat jamaar in mijn oor dramde. En het ergerlijke is dat dit stemmetje geen vierjarige is die je met een maniertje de mond kan snoeren, of een puber wiens onredelijkheid je soms alleen maar met gelijke munt kunt terugbetalen. Dit stemmetje weet hoe het moet redeneren, draagt verstandige argumenten aan en heeft het talent me soms goed door elkaar te schudden.

Er stonden leuke dingen te gebeuren, zoals dat gaat na de vakantieperiode. Alles wurmt zich weer in het keurslijf van alledag, van schema’s en agenda’s, van vroeg opstaan en op tijd ergens moeten zijn. Het vrije circusleven maakt plaats voor dagen waarvan vooraf duidelijk is hoe ze zullen verlopen, of althans wat de bedoeling is. En juist dat strakke maakt ruimte voor nieuwe impulsen, nieuwe vaardigheden en leuks. De rust en chaos van de afgelopen weken heeft nieuwe plannen doen opborrelen en iedereen popelt om daarmee aan de slag te gaan.

Een barbecue was het, in mijn geval. Een samenzijn met leuke collega’s die ik al veel te lang alleen maar via een scherm zie. De voorpret was al geweldig, iedere dag kwam er een stroom appjes van wat iedereen dacht mee te nemen aan lekkers, en altijd was er wel iemand die daarop snedig commentaar leverde. Het zou een topavond worden.
En ik had geen zin. Ik trok het niet.

Na mijn vakantie wilde het me maar niet meer lukken, het leven. Niet eens vanwege het keurslijf of het wennen aan de agenda, want met pubers is de start van het nieuwe schooljaar altijd een wat vloeiende aangelegenheid, met dagen waarop één gesprekje op het programma staat, of een spelletjesmiddag. Misschien was het juist het alledaagse, het gevoel van een nieuw begin, nieuwe plannen, er weer voor gaan wat me zwaar viel.
Hoe dan ook had ik totaal geen zin in leuke dingen en helemaal niet met leuke mensen die allemaal wel dat leuke, nieuwe gevoel zouden hebben.

Jamaar, zei het verstandige stemmetje in mijn hoofd, jamaar als je je niet fijn voelt is het júist goed om iets leuks te doen. Jamaar, als je er eenmaal bent valt het vast erg mee. Jamaar, ook al heb je maar één leuk gesprekje dat een glimlach op je gezicht tovert. Jamaar je zult zien dat je het veel leuker vindt dan je nu denkt.
Het stemmetje had, net als de pubers soms, best goede argumenten. En ze wist het goed te verkopen, dat moet gezegd. Maar ik was niet voor niets in deze bui, en al een hele poos ook, dus het was zo gemakkelijk er in te blijven hangen.
Jamaar is nee, zei ik resoluut terug, kappen nou, klaar. Ik tikte in de appgroep een afberichtje.
En net als bij de pubers als ik achteraf toch wat al te kort door de bocht was, bood ik later mijn excuses aan, aan dat verstandige stemmetje dat ook alleen maar het beste met me voor heeft. De volgende keer luister ik echt, beloofd.
Nu maar hopen dat het stemmetje niet uit verontwaardiging haar mond houdt voortaan.
Al is de ervaring met de pubers dat dat vast niet zal gebeuren…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *