Memories

Twee jaar geleden waren we in Frankrijk.  Mijn telefoon vertelt het me op opgewekte toon en laat me meteen de foto’s zien van hoe leuk het toen was. Het was de laatste vakantie met zijn vieren en we hadden daar op dat moment totaal geen erg in. We gedroegen ons alsof er nog duizenden dagen als die zouden komen, nog talloze herinneringen, nog miljoenen halfmislukte foto’s. Ik kijk ernaar met een weemoedige glimlach en met tranen in mijn ogen. Geniet toch, wil ik de mensen in de foto’s toeschreeuwen als ik zie hoe ze met opgetrokken schouders, de kraag van de jas opgezet tegen de plotselinge regenbui door een stadje lopen. Geniet, leef alsof het je laatste dag is, want je krijgt zoveel eerder gelijk dan je zou denken.
Als het niet onze laatste als volledig gezin was geweest, was deze vakantie waarschijnlijk de boeken in gegaan als niets bijzonders. Het was ver rijden, veel te ver, en ook al ben ik het type dat vindt dat de vakantie ingaat zodra je in de auto stapt, en dat de reis naar de vakantiebestemming ook al bij de vakantie hoort, ook ik vond het een opgave. Het was heet ook. Heel heet. Zo heet dat je eigenlijk niet veel kon doen. Zo heet dat we in het aquapark waar we een dagje verkoeling zochten, eerst nieuwe slippers moesten kopen omdat op blote voeten serieuze verbrandingen met zich meebracht.

We hadden een leuke tent, maar vreselijke buren, die elke dag wel voor ergernis en af en toe voor vrolijke momenten zorgden.
‘O ja, weet je nog,’ zegt de puber, ‘toen hun kind opgesloten zat in de auto en de ouders probeerden hem zo ver te krijgen dat hij de deur van binnenuit opendeed?’
Ik weet het nog, het was een afwisseling van smeekbedes, lieve woordjes, beloftes aan ijsjes, lekkers en speelgoed,  en hysterisch geschreeuw. Ik herinner me nog het gezicht van de kleine puber toen de stem van de buuv ineens overging van zacht en vleiend naar die van een dictator die een afvallige bestraft. Wat moesten we daarom lachen, nog meer dan om het gedoe van de buren.

Het was een vakantie als alle andere, leuk en soms stom, gezellig en soms saai. En ineens dringt tot me door dat dat maar goed ook is.
We hadden niet harder genoten als we wisten wat ons boven het hoofd hing. Juist omdat we dat niet wisten was het goed. Als ik had geweten dat ik nooit meer met mijn lief zou kibbelen om wat we wel of niet mee moesten op vakantie, over wel of niet de pubers dwingen tot het zoveelste potje beverbende, over onbenulligheden die we daarna meteen weer waren vergeten, dan had ik me aan hem vastgeklampt, vastbesloten ieder moment in me op te zuigen als een dierbare herinnering voor later , als dat niet meer kon. Dan had ik iedere dag willen genieten met een grote G, zo erg dat het geforceerd zou worden. Dan was de vakantie al bij voorbaat tot mislukken gedoemd omdat het nooit zo mooi kan worden als waar je je in de voorpret op hebt verheugd. Omdat er altijd minieme irritaties zullen zijn, hoe hard je ook je best doet om het alléén maar leuk te hebben.  En omdat het dan ontzettend erg  zou zijn als het níet alleen maar leuk was.

Ook over de laatste dagen heb ik het vaak gedacht: had ik het maar geweten. Dan hadden we de lockdown zoveel anders beleefd. Dan hadden we die laatste dagen samen zo anders ingevuld.  Hadden we het maar geweten, dan hadden we…. Maar juist het niet-weten was goed. Juist leven alsof je het er jaren later nog met je dan grote kinderen en hun eigen families over zult hebben is hoe het hoort. We hebben nooit hoeven leven met de wetenschap dat het nog maar kort zou zijn, nooit het dreigende gevoel gehad dat een doodsvonnis met zich meebrengt. We hebben tot de laatste dag aan toe geleefd zoals we waren. Met alle liefde, alle lol, maar ook alle ergernisjes die daarbij hoorden.

Ik kijk naar de vakantiefoto’s en voel dat mijn glimlach breder wordt. Wat waren we onbevangen daar. Wat genoten we zonder voorbehoud. Wat waren we heerlijk jaloersmakend onwetend.

Eén antwoord op “Memories”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.