Trigger

En toen viel er een voetballer neer op het veld. Hartstilstand, out of the blue. We zaten er gelukkig niet zelf naar te kijken, maar we wisten het meteen. Al was het maar omdat mijn twitter tijdlijn ontplofte. Er was geen ontkomen aan.

Eerder die week kwam de kleine puber al met een verontrust gezicht naar me toe. ‘Mam, er staat een ambulance in de straat!’
Waarschijnlijk zou ze voordat mijn lief, haar vader, was overleden, dat ook al bijster interessant gevonden hebben. Enig ramptoerisme was haar niet vreemd. Ze zou voor het raam van de werkkamer zijn gaan zitten om alles goed in de gaten te houden, zodat ze ons daarna van alle details kon voorzien.
Toch zat er deze keer meer achter.

‘Eigenlijk,’ zei ze, ‘heb ik best wel een trauma.’
Bij haar concentreert het zich op ambulances. Al vaker heb ik het gemerkt, een lichte rilling op de achterbank als we een ziekenwagen tegenkomen, een bezorgd gezicht als de zwaailichten en de sirene aangaan.
Zelf heb ik het bij lijkwagens, dat het even weer voelt zoals toen, in de auto achter die grote bak met daarin de kist met mijn lief. Iedere keer als ik zo’n begrafenisstoet passeer moet ik weer een paar seconden naar adem happen voor het leven doorgaat.
Een trauma.

Het ambulancepersoneel in onze straat stapte op hun dooie gemak uit de wagen en liep in een kuiertempo het pad naar het huis op.
‘Niet zoals bij papa,’ wist de kleine puber. Ik schudde mijn hoofd terwijl ik bedacht wat ik kon zeggen. Normaal zou ik haar kunnen zeggen dat ze niet per se het ergste hoeft te denken als ze een ambulance ziet. Dat het ook om een gebroken been kan gaan, of een te genezen ziekte die niet meteen fataal zal zijn. Dat het heus niet zo is dat mensen zomaar dood neervallen. Vroeger zou ik dat misschien gezegd hebben.
Maar in zo’n wereld leven wij niet meer. In onze wereld kan iemand wel zomaar dood neervallen. Zonder aanwijzing, zonder eerdere ziekte of problemen. Zelfs iemand van wie je zielsveel houdt en die je nog lang niet kan missen.

En nu dus die voetballer. Het komt hard binnen. Als ik hoor dat het goed gaat met de man ben ik opgelucht alsof ik hem persoonlijk ken. Zie je wel, wil ik zeggen, het kan ook goedkomen. Het is echt heel uitzonderlijk als iemand zomaar ineens doodgaat. Zie je wel, wil ik ze geruststellen, je hoeft niet bang te zijn.
Maar ik weet dat het nieuws ons alle drie heeft teruggevoerd naar die ene dag, iets meer dan een jaar geleden. En dat we er nooit meer helemáál gerust op zijn.
Ons trauma vlamt op. We happen collectief naar adem. Tot het leven weer doorgaat.

3 antwoorden op “Trigger”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *