Tuingedoe

Deze keer was het gedoe zelf veroorzaakt, en het was leuk gedoe. Maar niettemin gedoe.
De tuinman met wie ik al eeuwen geleden een afspraak had gemaakt belde: deze keer ging het door, nu echt. We waren al tegen niet-bestelde tegels, een hernia en vorst aangelopen, maar nu zat niets dan meer tegen en gingen ze werkelijk beginnen. Met vier man sterk maar liefst.

‘Ah,’ grapte ik nog aan de telefoon, ‘dus ik moet koffie inslaan?’
De grap galmde door mijn hoofd op de dag dat ze zoals afgesproken voor dag en dauw voor mijn neus stonden en ik tot de ontdekking kwam dat mijn koffievoorraad flink over datum was. Terwijl voor mijn huis een lading bouwmateriaal van heb ik jou daar werd bezorgd haastte ik me op het fietsje naar de buurtsuper.
Kleine hobbel, dacht ik, beginnersfoutje. Hierna kon het alleen maar beter worden.

Ik zag voor me hoe ik rustig op mijn werkkamer aan het werk was, met af en toe een kleine onderbreking om de werkers van koffie, thee en koekjes te voorzien en zo ook meteen een schuin oog op de vorderingen te werpen.
‘Als er iets is, roep je maar.’ Hoe naief.

Natuurlijk was er iets. Er was van alles. Er moest overlegd worden: wilde ik de schommel houden, mocht de hortensia weg, hoe stelde ik me de schutting precies voor? Gelukkig had ik niet te maken met een ambtelijke organisatie waarbij ik voorstellen in drievoud moest indienen waarna ze door minimaal vier commissies moesten worden bekeken. Als alleenheerser kon ik met korte antwoorden volstaan: ja, nee, links, rechts. In het rijk waar ik de scepter zwaai is alles soms heel overzichtelijk.

Maar ook alleenheersers hebben met buitenlanden te maken en de buitenlanden in kwestie (in dit geval buurmannen) stonden al snel op de stoep. De palen op de erfafscheiding waren onderwerp van de eerste potentiële rel. Ik waande me in “De Rijdende Rechter” en moest flink mijn best doen een grijns te onderdrukken zodat de buur niet zou denken dat ik hem niet serieus nam.
Daarna was de auto van de werklieden een probleem. Die stond voor de garage van een andere buur die nu niet bij zijn auto kon komen. Ik hoorde het aan, trok een meelevend gezicht, maakte instemmende geluiden. Ja, nee, natuurlijk, heel vervelend. Ik kon het me voorstellen.
Bij het verhaal van de tuinman dat ik vervolgens te horen kreeg deed ik ongeveer hetzelfde. Ja, begrijpelijk, de toon inderdaad, die de muziek maakt. Tussendoor stapelden de te nemen beslissingen zich op. Ik voelde me John Williams en meester Frank Visser in één. En Mien Dobbelsteen van de catering.

Er was troep, er was lawaai, er waren onvoorziene tegenslagen. Overal lag zand.
Ik moest mijn diplomatieke vaardigheden aanspreken, mijn ruimtelijk inzicht, mijn doortastendheid, mijn financiële overzicht, mijn talent voor het zetten van een lekker bakkie, mijn gave om in een niet bepaald smetteloos huis te leven.
En dat was nog maar de eerste dag.
Ik overweeg inmiddels serieus om de tuinverbouwing op mijn cv te zetten.

3 antwoorden op “Tuingedoe”

Laat een antwoord achter aan Helene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.