Vliegen

Het is vijftien jaar geleden dat ik voor het laatst vloog. Ik zou graag zeggen dat dat was uit milieu-overwegingen, om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te maken. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het vooral is omdat ik een hekel heb aan vliegen. Het is gedoe, eindeloos gehang in onpersoonlijke ruimtes en daarna in een metalen cocon die te klein is of te vol zit om iedereen boven de 1 meter 50 comfortabel te laten zitten. Ik word een soort van wagenziek in de lucht en kan pas van het uitzicht genieten als de landing is ingezet en we bijna weer veilig en wel aan de grond staan.

Het was vanuit Malaga, die laatste keer, ik weet het nog goed. We waren extra vroeg op de luchthaven omdat we de huurauto beschadigd inleverden en daar wel wat oponthoud mee verwachtten. Onze vlucht bleek vertraagd, fors vertraagd. Aangezien we pas twee uur voor vertrek achter de douane mochten, brachten we de tijd door in een veel te warme hal, waar helemaal niets was, nog geen kiosk voor een kopje koffie. Als mijn lief had voorgesteld om met de trein te gaan, ook al zou dat dagen kosten, had ik geen moment geaarzeld.

Nu gaan we weer. Grote Mien moet op reis met school en vindt het een fijn idee om van tevoren een keer te hebben gevlogen. Ik wil niet, niet echt. Het is niet dat ik echte vliegangst heb. Ik vertrouw erop dat we niet neerstorten en mocht dat toch het geval zijn, nou ja, dan is dat maar zo. Het is meer dat ik me van tevoren inbeeld dat ik, eenmaal in het vliegtuig, in blinde paniek me een weg naar buiten zal proberen te vechten. Dat gebeurt niet, natuurlijk niet. Zodra ik de slurf door ben word ik overvallen door een defaitistisch gevoel dat een zekere gelatenheid met zich meebrengt. Ik moet de controle uit handen geven, er is niets meer dat ik eraan kan doen.

In de weken voor vertrek negeer ik het feit dat we gaan vliegen. Ik bemoei me niet met de tickets, de mogelijkheden om online in te checken of de autohuur. Als ik doe alsof het niet bestaat, bestaat het misschien niet. Zelfs als we met onze koffers in de bus zitten naar Schiphol kan ik mezelf nog wijsmaken dat ik het niet ga doen, vliegen.

Maar we gaan wel. We gaan echt. Er is het nodige veranderd wat betreft de controles, maar het vliegen is nog precies hetzelfde. We hebben vertraging. Ik moet op het laatste moment nog naar het toilet. De hoogte maakt me misselijk en draaierig en doet mijn oren wel tien keer open en dicht ploppen.
Als we eindelijk landen weet ik het zeker: als het aan mij ligt hoeven we de komende vijftien jaar niet meer de lucht in.
Voorlopig zit het dus wel goed wat die ecologische voetafdruk betreft.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *