Een J-tje doen

Ik sta met een paar sokken in mijn handen terwijl ik probeer te bedenken hoeveel ik er moet inpakken. Het is een taak die niet bij me past, pakken voor een weekendje weg. Mijn lief was er altijd zoveel beter in dan ik.
Niet aan denken, nu.
Niet aan denken.
Sowieso niet denken.
Deze week doorkomen vereist niet te veel nadenken.

De lege koffer staart me aan, bijna alsof hij me uitlacht. Het is me een raadsel hoe ik hem moet vullen.
De hele week lijkt al een puzzel die ik met moeite krijg gelegd. Weten dat het alleen maar “de aanloop naar..” is maakt het niet per se gemakkelijker.
Zelfs het vooruitzicht van het weekendje weg doet me niet opknappen, of het vooruitzicht dat het zusje van mijn lief er ook is en dat het heus, echt waar, wel gezellig zal worden, ook al is de aanleiding dan een droevige.
En dan zijn er ook nog snotneuzen, zelftesten, deadlines op het werk, de verfklus die op me wacht, orthodontistafspraken en de kleine puber die volgens haar geen minuut meer langer met dit haar door kan, ook al is onze eigen kapper net deze week op vakantie. Het is teveel. Teveel voor een week waarin ik vooral niet wil nadenken.

Twee jaar. Al een jaar lang kunnen we niet meer zeggen dat we vorig jaar om deze tijd nog in zalige onwetendheid verkeerden, niet wisten wat ons boven het hoofd hing, dat we vorig jaar om deze tijd nog samen waren, gelukkig. De herinneringen die mijn mobiele telefoon me voorschotelt hebben steeds minder vaak foto’s waar mijn lief op staat.
Twee jaar. Mijn tranen zijn nog steeds niet op en mijn hart, o mijn arme hart, het lijkt nooit meer te helen.

‘Je hebt een J-tje gedaan,’ zegt de puber die uit het raam kijkt. Zo noemen we het als we het bakje met bio-afval uit de keuken na het legen op de rolcontainer laten staan omdat we tussendoor de andere container aan de straat hebben gezet, of iets anders in de tuin hebben gedaan waardoor we het bakje zijn vergeten.
Een J-tje; iets doen zoals mijn lief het altijd deed. Gek genoeg hanteren we de term alleen voor deze specifieke situatie.
Ik knik, ik zie het nu ook. Ik weet er zowaar een glimlach uit te persen, terwijl ik alleen maar hard wil schreeuwen. Misschien zou dát een “J-tje” moeten heten: positief blijven als alles om je heen zwart voelt. Het is in ieder geval het meest J-achtige dat ik deze week heb gedaan.

 

Eén antwoord op “Een J-tje doen”

Laat een antwoord achter aan Alice Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.