Hij

‘Ik heb je “hij” genoemd in een tweet’.
De puber kijkt op van één van de schermen waarop hij bezig is. ‘O. Cool.’ En weg is de blik, want wat er op een scherm gebeurt is natuurlijk per definitie interessanter dan alles daarbuiten.
Toch weten we allebei dat achter dat onderkoelde antwoord een wereld van emoties schuilgaat.
Net als die keer laatst, toen de man op het terras waar we net samen hadden geluncht de “dame en heer” een fijne dag wenste. Het zelfvoldane glimlachje dat de buitenwereld zag was maar het topje van de ijsberg.

Mien is niet meer. We spreken hem thuis al maanden aan met die nieuwe, zelfgekozen naam. Vooral ik ging nog regelmatig de fout in, mede, denk ik,  omdat de naam die mijn lief en ik met zoveel liefde hadden uitgezocht zich zo goed leende voor afkortingen en koosnaampjes.
Vanaf het begin gebruikten we bijna nooit de hele naam. Ik weet nog goed hoe boos mijn moeder werd als we het over “mientje” hadden die opgehaald moest worden bij de oppas, of die nodig verschoond moest worden. ‘Dan heb je dat kind zo’n mooie naam gegeven, en dan noem je haar Mientje!’ Het was ook vaak mini of mien, mien dobbelsteen, en wat we nog meer aan variaties konden verzinnen. We vonden het zelf eigenlijk wel lief. Misschien moest mijn moeder te veel denken aan een overbuurvrouw van lang geleden, die echt Mientje heette. Ik zie haar nog voor me, in een wijde flapperende jurk met een onooglijk vaalbruin poedeltje onder haar arm. Dat beest stonk nogal, kan ik me herinneren, maar het kan zijn dat mijn broer en ik dat er van gemaakt hadden.

En nu is het ineens geen Mien meer. Ik dacht dat ik er erg veel moeite mee zou hebben, want die mooie naam en hoe we die samen hadden bedacht. Bovendien vormden de letters van onze voornamen samen ook weer een naam en dat was zo leuk (geheel toevallig, dus niet op gestuurd, maar toch een grappig gegeven). Maar eigenlijk rolt de nieuwe naam me als vanzelfsprekend van de tong. De privacyproof naam “Grote Mien” werd eenvoudig ingeruild voor “de Puber” en dat was het dan.

Alleen dat “hij”. “Hij” en “zoon” en “broer”. Dat zijn woorden die me minder gemakkelijk afgaan. Waarom dat precies is weet ik eigenlijk niet eens. Voer voor psyschologen wellicht. Het is een berg om tegenop te zien, een hobbel die ik met moeite neem. Ik heb het een tijdje geprobeerd te vermijden, noemde hem “mijn oudste”, en veranderde zinsconstructies in tweets en blogs zo dat er geen aanduiding van sekse in hoefde.
Maar dat ging wringen. “Zij” past niet meer bij de nieuwe naam. En hoewel “hij” nog niet helemaal bij mijn hart past begint het woord zich er toch steeds meer in te nestelen.

En nu dus die ene tweet. Hij.
Cool, zegt de puber. En dat is het. Voor ons allebei. Het is een klein gebaar, een klein stapje. En toch ook helemaal niet.
Als ik die dag naar huis fiets zie ik de letters E.M.D.T.P. staan op het T-shirt van de jongen die voor me rijdt. Als ik dichterbij kom staat er: “Everybody must do their part”. Ik vind het geruststellend toepasselijk en ik glimlach. “Hij” dus. Cool.
Iets verderop loopt een meisje met op haar shirt: “Don’t look back, you’re not going that way”.
Maar dat is iets te veel van het goede. Nu weet ik het wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *