lovesong

“Mag het licht uit?!’ klonk het uit duizenden kelen in de Ziggo dome.
Terwijl iedereen natuurlijk wel wist dat zometeen het licht in de zaal juist zou aangaan, na deze allerlaatste toegift.
We waren bij het afscheidsconcert van De Dijk. Niet hun allerlaatste, wel de laatste waar ik bij zal zijn. Vriendin W had kaartjes weten te scoren en samen met vriendin A togen we die zaterdagavond naar de concertzaal. Het einde van een traditie, die altijd begon met een sprongetje van mijn hart als ik zag dat ze weer in de buurt waren, en meestal eindigde met een berichtje van deze of gene of ik zin had om te gaan.
Deze keer had ik geen zin. Ik had nergens zin in, de hele week al niet. Misschien zelfs de hele maand al niet. Niet in De Dijk, niet in de dag, niet in het leven.

Een goed advies was om ondanks dit gevoel leuke dingen te blijven doen, maar het voelde geforceerd en onecht. Toch ging ik. Natuurlijk ging ik. Mijn tranen verbijtend, met een glimlach die er hopelijk minder nep uitzag dan hij voelde.
In de bus snoefde een man dat hij net een kaartje had gekocht bij de staatssecretaris van Justitie. Hij ging nog even terug om een opmerking te maken over ‘het bonnetje’. We rolden met onze ogen. Lolbroeken van bijna zestig. Zou je zien dat die ook naar De Dijk gingen. En ja, op de terugweg zagen we ze weer in de bus, een gelimiteerde oplage van een elpee in hun armen koesterend als was het hun eerste kleinkind. Het maakte niet uit, zeiden we tegen elkaar, als het publiek om je heen ouder is dan jij kun je je juist heel jong voelen. Al had ik natuurlijk nog steeds geen zin.

Bij het zien van al die mensen die door de verschillende ingangen naar binnen moesten kreeg ik het een beetje benauwd. Eenmaal binnen voelde ik me jaloers op al die anderen die gewoon een leuke avond zouden hebben en niet de hele tijd zo’n enorm verdriet voelden. Maar ik ging. Ik was er en ik zou verdorie mijn best doen.

In het donker van de zaal rolden de tranen over mijn wangen bij een nummer dat mijn lief en ik altijd draaiden bij het schilderen, vlak voor we iets kregen samen. “Onze lovestory” noemde mijn lief dat en dan werd ik altijd warm van binnen.
Hou op, sprak ik mezelf toe. Ga genieten. Alsof ik zomaar de knop om kon zetten.

Toch lukte het, ergens halverwege. Als ik ging staan om te dansen was dat niet omdat ik niet als enige van ons drieën wilde blijven zitten, en ik klapte nu echt mijn handen rood.
Het werd een leuke avond. Ik zong, danste, klapte en joelde.
Alleen was er bij iedere aanzet voor een nieuw nummer even die angst. Als ze maar niet…

‘Ik ben blij dat ze niet lovesong 100.001 speelden,’ benoemde A die vrees toen we naar de bus terugliepen. Het nummer dat we draaiden tijdens de uitvaart van mijn lief. ‘We denken ook zonder dat lied nog vaak genoeg aan J.’
Ik keek verrast opzij. Het deed me meer goed dan ik kon zeggen, zeker met de tranen die alweer heel hoog zaten.

Dat er aan hem gedacht wordt, dat ik niet de enige ben die hem zo mis.

3 antwoorden op “lovesong”

  1. Xox.
    Verder geen woorden voor. Al vraag ik me wel af, als vriendin W is wie ik denk dat ze is, hoe zij altijd kaartjes kan scoren

  2. Tja geen beginnen aan om te beschrijven wat ik voel wanneer je dit schrijft. Had laatst een congres waar een van de onderdelen begon met Blackbird…vergeten gaan we niet lieve Ingrid. Denk vaak aan jullie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *