Vakantie met pubers

Dat ieder spelletje op de achterbank eindigt in ruzie.
Dat we ze alleen maar zien van achter een schermpje en met oortjes in. Dat alles tot drie cijfers achter de komma gelijk moet zijn omdat het anders onrechtvaardigheid met hoofdletter O is.
Dat ze hun haren pas wassen als ze ze zelf vinden stinken.
Dat we overal in het huisje vieze was vinden.
Dat ik me af en toe wanhopig afvraag of er ergens een nooduitgang is.

Maar ook dat we stenen uitzoeken om over het water te keilen.
Dat we hard en vals zingen op een rare toeristenfiets, krabben proberen te vangen met een mossel in een wasknijper en hard gillen als een aal in het aas bijt.
Dat we een heel verhaal verzinnen bij de eenzame eend die de halve avond op onze steiger aan de waterkant zit te wachten.
Dat we van het tegenvallende zwembad een arena maken voor een zelfbedachte sport.
Dat we in ons huisje elk ons eigen ding doen en toch samen zijn.
En dat die nooduitgang uiteindelijk niet meer dan een malle metafoor is.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *