Veerkracht

Maar liefst twee keer in één week kwam het woord ‘veerkracht’ op mijn pad. Twee keer, dat moet iets te betekenen hebben. Een raar woord is het ook nog. Een collega deed ooit een cursus met veerkracht in de titel en iedere keer dat ik het in haar agenda zag staan las ik het verkeerd. En stelde ik glimlachend vast dat dat waarschijnlijk veel over mij zei.

Veerkracht is belangrijk, belangrijk genoeg kennelijk om er een cursus in te geven. Op internet lees ik dat veerkracht gekweekt kan worden door dankbaar te zijn voor wat er nog wel is. Een vrouw wier echtgenoot onverwacht overleed aan een hersenbloeding vertelt in een filmpje dat het ineens tot haar doordrong hoe dankbaar ze mag zijn dat hij zijn beroerte niet kreeg terwijl hij met zijn kinderen in de auto zat. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.

Maar dat hele dankbaar zijn, daar zit best iets in. Het is een kwestie van een andere manier van naar de wereld kijken en overal mooie dingen te zien. Lieve kinderen, een grappige opmerking, een vlinder die heel lang op de leuning van mijn stoel blijft zitten. De mensen om me heen die me laten weten dat ze aan me denken, steeds maar weer, zelfs als ze van mij niet of nauwelijks reactie krijgen. Er is veel om dankbaar voor te zijn, in ieder geval meer dan voor het feit dat mijn lief de hersenbloeding gewoon thuis kreeg en niet met de kinderen erbij in een drukke verkeerssituatie.

En toen bleek dat ik me te rijk had gerekend. Ik werd overmoedig. Ik dacht dat ik dat dankbaar zijn eigenlijk best onder de knie had. Want kijk eens hoezeer ik besefte wat ik allemaal wél had, en met hoeveel liefde ik kon terugkijken op wat ik heb gehad. Misschien zat het wel goed met mijn veerkracht en zouden we er uiteindelijk goed uitkomen, de mientjes en ik.
Daar kwam de realiteit. Als een klap in mijn gezicht.
Het begon met het kopen van de schoolspullen. Traditioneel een happening in ons gezin. Gewapend met een lijst vol benodigdheden waar ze echt niet zonder kunnen minimaal drie winkels afstruinen en terugkomen met veel meer dan op die belangrijke lijst stond. Daarna de buit uitstallen op het kleed en er een foto van naar mijn lief sturen. Ik had me op dat o-ja-slik-momentje voorbereid. Maar niet op de onenigheid die al bij de eerste winkel ontstond over kaftpapier. Door de coronadreiging hadden we een rustig tijdstip uitgezocht en ik had er even geen rekening mee gehouden dat dat twee niet-uitgeslapen en dus mogelijk chagrijnige mientjes met zich meebracht. Ik raakte geïrriteerd, ergerde me meer dan noodzakelijk en zette zo de deur voor frustratie wagenwijd open. Dankbaarheid was ver te zoeken, om over veerkracht nog niet eens te spreken.
Bij het uitkiezen van een pen zag ik een vulpen waar mijn handen van gingen jeuken. Ik maakte een mentale notitie dat ik die voor mijn verjaardag zou vragen, of voor Sinterklaas. En ineens drong het tot me door dat ik nooit meer een kadootje zal krijgen van mijn lief. Dat ik nooit meer met liefde iets voor hem zal uitzoeken maar dat ik ook nooit meer verrast zal worden door wat hij voor mij heeft uitgekozen.

Ik keek naar de handtas over mijn schouder. Het allerallerlaatste verjaardagskado dat ik van hem heb gekregen. Ik heb hem al meer dan een jaar in gebruik en hier en daar zijn de tekenen des tijds zichtbaar. Ik drukte hem behoedzaam tegen me aan. Deze mag niet stuk gaan, niet oud worden of weggegooid.
‘En wat wil je dan?’ vroeg Grote Mien, praktisch als altijd,  ‘Hem niet meer gebruiken?’
Ze sprak het Grote V-woord niet uit: hem vervangen?
Daarvan kon natuurlijk helemáál geen sprake zijn. De tas hield ineens zoveel meer in dan alleen wat er in zat. De tas was nu alles: de liefde en de zorg waarmee hij speciaal voor mij was gekocht, de vreugde waarmee hij was gegeven, hoe blij ik was om hem te krijgen. Een andere tas over mijn schouder was ondenkbaar.

En zo surfte ik de ochtend erna voor dag en dauw over internet, op zoek naar precies dezelfde tas. Een nieuwe tas voor dagelijks gebruik, zodat de echte veilig opgeborgen kon worden voor de eeuwigheid.
Onzin, zegt mijn rationele ik, ik lijk wel gek. Maar toch voelt het goed.

Want alles is goed en aardig met die veerkracht, maar soms moet je de dankbaarheid een handje helpen. Of een handtasje.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *