Licht

Voor het verkeerslicht waar je meestal zonder problemen door rood kunt fietsen, omdat het alleen de in- en uitrit van het politiebureau betreft en het licht alleen op rood staat vanwege de eventuele mogelijkheid dat iemand die kant op wil, staan ineens een stuk of vier mensen braaf te wachten. Al snel wordt me duidelijk waarom: niet alleen komt er deze keer toevallig wel een auto aan, het is ook nog eens een politiebusje.
Een busje vol politievrouwen is het. De dame achter het stuur zet de bus pontificaal dwars voor de fietsers, draait haar raampje open en roept met kraaiende stem: ‘Ja! Allemaal geen licht aan!’

Dat is aantoonbaar onjuist natuurlijk. Het euvel van mijn fiets is nou juist dat het licht alleen uitgaat als de fiets minimaal een kwartier stilstaat. De overige tijd gaat het vanzelf aan en niet te missen ook. Het levert me regelmatig goedbedoelde adviezen op, of boos commentaar omdat mijn lamp te fel in de ogen van mijn tegenliggers schijnt.

Ik voel meteen een ergernis opkomen, dezelfde ergernis die ik als student voelde als ik werd tegengehouden vanwege geen licht/rammelende kettingkast/een eenrichtingsstraat infietsen. Het aloude ‘Ga boeven vangen!’ ligt voor op mijn tong. Belachelijk, denk ik er meteen achteraan. De agente heeft natuurlijk volkomen gelijk. Hoe vaak schrik ik mij niet wezenloos in de auto als ik een fietser zonder licht pas op het laatste moment zie? Hoe vaak doe ik in stilte een schietgebedje dat de tiener in kwestie veilig thuis komt ondanks zijn of haar roekeloze gedrag?  Hoe vaak druk ik mijn eigen pubers op het hart dat ze echt moeten zorgen zichtbaar te zijn? Licht op de fiets is heel belangrijk, daar ben ik het helemaal mee eens.

En toch die ergernis.

Dat ik niet de enige ben merk ik door het gemopper om me heen.

‘We zijn helemaal geen verkeersdeelnemer!’ roept iemand, ‘want we staan stil!’

Een ander merkt op dat ze een ouderwetse dynamo heeft waardoor het licht vanzelf uitgaat als ze stopt. Weer een ander stelt ter discussie of de agente wel de openbare weg mag blokkeren.
Zodra het groen wordt fiets ik om de politiebus heen. Ik heb licht op mijn fiets en ben dus op geen enkele manier in overtreding en bovendien wil ik mijn bus halen. De mevrouw met de dynamo doet hetzelfde.

‘Trouwens,’ zegt ze als ze naast me komt fietsen, ‘de straatlantaarns zijn uit, dus dan is het helemaal niet meer verplicht om je fietslamp aan te hebben.’

Ik ben in gedachten teveel bezig met het gebrek aan waardering voor de politie om me af te vragen of dat wel een echte regel is. De politie is je beste vriend, toch? Of is dat inmiddels achterhaald? Waarom reageren we zo boos op een actie die alleen ons aller veiligheid probeert te verhogen? Waarom stellen we de actie van de agente ter discussie in plaats van kritisch naar onszelf te kijken?

We willen helemaal niet meer blauw op straat. Of ja, misschien wel, maar dan alleen voor anderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.