G.O.A.T.

Tot nu toe is het redelijk goed gegaan.
Toegegeven, de laatste accommodatie die ik had geboekt was niet bepaald een schot in de roos. We moesten zelf nog eerst langs de Ikea voor dekbedovertrekken en hoeslakens, en we bleken ons te moeten afdrogen met onze badlakens omdat beddengoed en handdoeken niet inbegrepen waren. De bank noch het tuinmeubilair zat lekker en veel in het huis was tamelijk gammel. Maar de ligging was goed en het stadje leuk.

Bovendien waren de eerste twee huizen die ik had gehuurd zó goed dat ik zelfs complimenten had gekregen van het kroost. Stukken beter dan die keer bij de host die we Stina hadden gedoopt toen ze met een emmertje aan het stuur van haar fiets op pad ging om bessen te plukken voor het ontbijt. Een blokhut zonder toilet en met een douche in een toiletgebouw waar het licht het niet deed. Of het huis met een kamer vol bijlen in de kelder. De kelder was zo groot als het hele huis, maar in de badkamer moest je zo ongeveer in het bad gaan staan om je tanden te poetsen.

Maar nu gaat het om de laatste boeking. Onze laatste overnachting van de vakantie. Mijn wapenfeiten op dit vlak zijn niet om over naar huis te schrijven. Ik boekte een keer een benauwde zolderkamer waar met enige creativiteit drie bedden in gepropt waren. En een hotel in een voormalig bejaardenhuis met een eigenaar die nog nooit van persoonlijke ruimte had gehoord.

Deze keer heb ik het hotel geboekt waarin we als compleet gezin hebben gelogeerd tijdens onze keer naar Zweden. In mijn herinnering was dat een prima hotel, maar ik weet ook nog dat we laat aankwamen en de volgende ochtend vroeg weg moesten waardoor er geen tijd was om het écht te verkennen.

De voortekenen zijn in ieder geval goed. Het hotel ziet er prachtig uit en aan de achterkant ligt een groot meer waar een mooi terras bij is. Er zijn gratis brownies, en we mogen thee pakken zoveel we willen. Maar de grootste troef die het hotel heeft blijkt K te heten. K is de receptionist en we zijn de hele vakantie nog niemand tegengekomen die zoveel plezier heeft in zijn werk. Op de desk staan drie bordjes, met teksten als “guest is king” en iets als “mi casa es su casa”.
Hij complimenteert me met mijn naam. Zijn oma heet ook zo, vertelt hij, wat mij de opmerking ontlokt dat het een ouderwetse naam is. Welnee, vindt hij, het is een klassieke naam. Ik moet toegeven dat dat beter klinkt.

Als we na een bezoekje aan onze kamer terugkomen omdat er geen extra bed is bijgezet, kijkt hij alsof we hem niet blijer hadden kunnen maken. Dat gaat hij eens fijn oplossen, zijn dag is weer goed. Ook als er andere toeristen aan de balie komen met problemen blijft hij glimlachen.
‘Jullie mogen alles,’ zegt hij tegen me, ‘Jullie zijn gasten! Je mag zelfs boos op me worden!’
Niet dat iemand dat ooit zou kunnen. K is te aardig, te lief en vooral te blij om tegen tekeer te gaan.

Ik heb het goed gedaan, vind ik zelf. Twee tophuizen en dan nu dit geweldige hotel. Heel even wentel ik me in het tevreden gevoel dat ik het nog niet zo slecht doe als moeder en dat het kroost het daar vast hartgrondig mee eens is.
‘We moeten echt een goede recensie achterlaten,’ vindt de twintiger. ‘En ik weet al hoe ik ga eindigen: K is the G.O.A.T. !’
Ik zeg maar niet hardop dat ik eigenlijk dacht dat ik dat was.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *